Vreemd sfeertje op de Dam (30 april 1980)

Piet Middelkoop (geb. 1955) werkte van 1978 tot 1986 bij de Amsterdamse politie. Bij de inhuldiging van koningin Beatrix in 1980 was hij een van de 900 agenten die in de roerige stad de orde moesten zien te handhaven. 

Op 30 april 1980, 05.00 uur, verzamelden alle plattepetdienders zich in de Beurs van Berlage. Veel van ons eigen district, maar nog meer van buitenaf (bijstand/detachering). Ik was met de auto gekomen en had die veilig op de Nieuwmarkt geparkeerd. We aanhoorden toespraken van diverse commissarissen en hoofdinspecteurs ter voorbereiding op de dag die komen ging. Amsterdam was in diverse veiligheidsringen onderverdeeld. Onze taak: surveilleren op Damrak en Rokin, de kraampjes en het publiek in de gaten houden, hulp verlenen waar nodig op deze vrijmarkt.
Wij werden toegewezen aan een ‘opper’ van de Rijkspolitie, die eigenlijk alleen maar wist waar de Dam lag. Verder reikte zijn topografische kennis van Amsterdam niet. Nadat wij hem duidelijk hadden gemaakt dat het Rokin ‘over’de Dam lag, gingen we met hem naar onze uitgangsposities. 
De bedoeling was dat we tussen Centraal Station en Munt gemoedelijk heen en weer zouden lopen in de feestelijke menigte, tot vier uur ’s middags. Maar tegen de tijd dat de aanstaande koningin van de Nieuwe Kerk naar het Paleis schreed, hing er een vreemd sfeertje in de lucht. Iets vertelde ons dat er wat ging gebeuren. 
Terwijl ik Beatrix onder de baldakijnen over de rode loper zag lopen, brak achter mij, op de hoek van de Dam en het Rokin, de p..... uit. Een groep ‘autonomen’ met zwarte ballonen gooiden kraampjes om op het Rokin. Er werden veel dingen richting Dam gegooid. In de Damstraat stegen zwarte rookwolken op en er klonken veel sirenes. Over het Rokin kwamen ME-busjes (regio Utrecht) aangieren, zonder bescherming, nota bene. Van het ene moment op het andere reden die busjes niet meer. Ze werden aan gort gegooid met stenen. 
Wij als plattepetters vormden arm in arm een kordon zodat er vanaf het Rokin niemand meer de Dam kon bereiken. Vóór ons dienders op een Rijkspolitie-paard. Één van ons in het kordon werd het teveel… “Dit kán toch allemaal niet, we slaan er op los.” Het lukte mij niet om hem vast te houden. Hij maakte zich los en holde, zwaaiend met zijn gummiknuppel, de menigte in. Even later was hij weer terug, met een scheur in zijn uniformjasje en zonder pet.
Later vroeg ik een bekende Telegraaf-journalist waar die rookwolken in de Damstraat vandaan kwamen. “O, op de Nieuwmarkt zijn wat auto's in de fik gestoken”, was zijn antwoord. Maar, goddank: toen ik ’s avonds na een dienst van ongeveer achttien uur de Nieuwmarkt opliep, stond mijn auto daar nog in precies dezelfde staat als waar ik hem ’s ochtends om 03.30 uur had achtergelaten.

Piet Middelkoop