Gesprekken over poepluiers en betere werelden

Niet alleen bestond er rond 1970 een Beatkelder Lijn 3 onder de brug over het Vondelpark, er was daar ook een Crèche Lijn 3. Maar de crèche moest weg en verhuisde naar de noordrand van het park bij het Kattenlaantje – samen met een crèche die begonnen was in een hoogleraarskamer in de Spinhuissteeg. Antropoloog Peter van der Werff maakte het als jonge vader allemaal mee.

Crèche Lijn 3 ontstond uit een fusie van eerdere crèches die hun plek waren kwijtgeraakt. Onze dochter was haar crècheleven begonnen in een hoogleraarskamer van het Sociologisch Instituut in de Spinhuissteeg. Daar heerste socioloog en Amerikanist Professor Arie den Hollander. Hij moest evenwel niets van democratisering hebben en weigerde in 1969 nog langer college te geven. Ook kwam hij nog maar zelden op zijn instituut. Daarop hadden medewerkers en studenten met kinderen zijn kolossaal grote kamer bezet en er een crèche ingericht. Twee ouders pasten bij toerbeurt op.
De crèche kreeg een permanente status toen Den Hollander een boek kwam halen, de peuters over en onder zijn bureau zag rondkruipen en aankondigde nooit meer terug te komen. Maar helaas, de aangebleven autoriteiten wilden van ons af. Wij vonden onderdak bij nooddruftige nonnetjes in een klooster in de Jordaan. De cultuurkloof bleek overbrugbaar, maar het geschreeuw van de kindertjes in het verder zo stille klooster werd de nonnen teveel. Op even hoffelijke als besliste wijze zetten zij ons weer op straat. Dat was in de zomer van 1972.
Eén van de moeders, Jettie Prins, kende ouders die hun crèche onder de brug over het Vondelpark waren kwijtgeraakt en op de stadswerf in het park een nieuw onderkomen hadden gevonden. Zij zochten nog extra ouders en wij fuseerden. Op de werf, bij het Kattenlaantje naar de Overtoom, mochten wij de houten schaftkeet op wielen gebruiken om spullen op te bergen en bij slecht weer in te schuilen. De grote berg bouwzand was een paradijs en op een deel van de bestrating reden en renden de kindertjes rond.
Heel wat ouders troffen elkaar op het terras van het Groot Melkhuis en voerden gruwelgesprekken over poepluiers en droomgesprekken over betere werelden, zelfs tot het tijd was om de kinderen weer op te halen. Soms keerden wij weer terug op het terras en vonden de oudste peuters hun weg in de speeltuin tot het huilen geblazen was. Wij hielden een hippieachtige barbecue in het park en belegden avonden bij elkaar thuis. De sfeer leek mij, ontnuchterd door eerdere ervaringen met crèches, meer creatief dan realistisch. Dat gaf in strijd met ons verlangen naar solidariteit een zekere scheiding van geesten.
Vaders kwamen niet allemaal in de crèche of bij ouderbijeenkomsten, maar illustere vaders als fotograaf Willem Diepraam en schrijver Gerben Hellinga deden soms mee. Tekenaar Jeroen Henneman zag ik pas toen hij met Max Pam op de televisie kwam. Josef Sorgi was vaak in de crèche en voerde tot zorg van menig ouder alsmaar zoetigheden aan kindertjes. Hij beweerde uit Joegoslavië afkomstig te zijn en wilde daarheen voor de crècheouders een groepsreis organiseren, met mij als antropologische gids. Maar hij bleek uit Amsterdam-Noord te komen en de reis ging niet door.
Ten slotte kreeg ook het Vondelparkbeheer genoeg van een informele crèche. Met een paar van de ouders vonden wij onderdak in de ‘theosofenbarak’ achter bioscoop Cinétol in de Tolstraat.

P.E. van der Werff