(Mijn Amsterdam: ) Een stoet van personeel

042008_CoverNaar aanleiding van Barbara Laans artikel over ‘wonen met huispersoneel’ in ons nummer van februari, kwamen bij Wim Schmelzer herinneringen boven aan het huishouden van twee gefortuneerde Amsterdamse families bij wie zijn moeder ‘diende’.

Mijn moeder, Cornelia Hendrika van den Broek, was vanaf 1928 kinderjuffrouw bij de heer en mevrouw Reens, die drie kinderen hadden. Ze woonden in de Honthorststraat, hoek Jan Luijkenstraat. De heer Reens was eigenaar van meubelzaak Het Woonhuis op de Keizersgracht en werkte als binnenhuisarchitect en meubelontwerper voor de firma Pander in de Leidsestraat. De familie had een stoet aan personeel: butler, huishoudster, binnenmeisje, buitenmeisje, keukenmeisje(s), kinderjuffrouw (later gouvernante), gezelschapsdame, chauffeur/tuinman en een werkster. De gehele staf woonde intern – in het souterrain en op de zolderverdieping. Mijn moeder vertelde uitvoerig hoe gezellig het in de Honthorststraat was. Het personeel werd echter altijd strikt gescheiden gehouden van de familie en gasten. Voor dit doel liep een diensttrap vanuit het souterrain (waar onder meer de keuken en de dienstbodenverblijven gelegen waren) omhoog naar de beletage; zo werd voorkomen dat het personeel onnodig in de hal kwam. Die was namelijk ‘heilige grond’.
In 1932 kregen de kinderen een Franse gouvernante en mijn moeder werd kinderjuffrouw (‘Juffie’) bij de familie Kahn, De Lairessestraat 37. De Kahns hadden twee kinderen. Meneer René Kahn was eigenaar van modehuis Hirsch & Cie op het Leidseplein. Vóór de oorlog bestond het personeel uit een huishoudster, binnenmeisje, buitenmeisje, keukenmeisje, kinderjuffrouw (na 1935 een gouvernante), gezelschapsdame en een werkster. De drie laatste personen woonden niet intern.
Tussen de keuken en eetkamer was een doorgeefkast. De schalen werden in de keuken opgemaakt door het keukenmeisje en via de kast doorgegeven aan het binnenmeisje, die de schalen op het buffet uitstalde. Mevrouw Kahn keurde de gerechten en meneer sneed het vlees. Het kindermeisje en de gezelschapsdame aten mee met de familie. Het overige personeel at in de keuken.

Wim Schmelzer
April 2008