Rel om een dubbeltje

1Eind 2008 blikte Wim Bongers al eens terug op zijn oorlogsbelevenissen bij de Stadsdrukkerij Amsterdam, waar hij in 1936 als jong letterzetter in dienst trad. Nu stuurt hij een vermakelijke anekdote over een ‘loyaliteitsconflict’ in zijn eerste voetbaljaren bij DWS, omstreeks 1930.

Voor de oorlog voetbalde ik in de aspiranten en junioren van de vermaarde Amsterdamse club DWS, oftewel Door Wilskracht Sterk, (door de concurrentie De Wilde Stieren genoemd). Ons gezellig terreincomplex lag aan de voet van de Spaarndammerdijk.


Ik was leerling-letterzetter aan de Amsterdamse Grafische School in de Dintelstraat. Die had ook een voetbalclub, AGS. Op een zondagochtend moest dat elftal een uitwedstrijd tegen een team van DWS spelen. Nu was het de gewoonte dat toegang tot de terreinen voor spelers op vertoon van hun lidmaatschapskaart gratis was. Wie die niet kon laten zien, moest tien cent betalen. Dat viel niet in goede aarde bij de supporters van AGS. In hun maandblad stond dan ook een hatelijk stuk van de hoofdredacteur, de heer Kips, die zijn artikel besloot met: "Een arbeidersclub die arbeiders plukt, bah!" Dit blad werd gezet en gedrukt op de Grafische School. Het drukken vond plaats op een pers die in ons klaslokaal stond, onder leiding van meester Peute, die voorzitter was van AGS. Toen ik tijdens het drukken een exemplaar in handen kreeg, was ik, als trouwe DWS'er, woest dat mijn kluppie zo onderuit werd gehaald. Dus gaf ik een exemplaar aan het bestuur van DWS. Dat maakte er werk van bij de AVB, de Amsterdamse Voetbal-Bond, en dat werd nog een hele rel. AGS kwam er met een waarschuwing vanaf.
Op een gegeven moment werd ik bij meester Peute geroepen. Hij schold me de huid vol! Als het weer eens gebeurde, zou de politie worden ingeschakeld, want dit was pure diefstal van eigendom van de school. Enzovoort, enzovoort. Maar meester Peute was een sportief en aimabel mens. Hij heeft mij daarna nooit gepakt door mij bijvoorbeeld lagere cijfers te geven. Als ex-leerling ben ik zelfs in de oorlog in AGS gaan voetballen – en Peute was een van mijn trouwste supporters.
Dat voetballen in oorlogstijd had nog heel wat voeten in de aarde. Trams en bussen reden niet meer. Als je de fiets nam, bestond het gevaar dat die door de moffen werd ingepikt. Wij hadden een andere mogelijkheid voor vervoer. De vader van een van de jongens uit mijn elftal had een kolenhandei. Kolen waren er niet meer, dus stelde die vader spontaan voor om ons naar de wedstrijden met paard en wagen te vervoeren. Zo konden wij, door dit vervoer op de lege platte wagen, uitgerust aan de wedstrijd beginnen en het was nog gezellig ook ons mooie Amsterdam op die manier te bekijken.

Wim Bongers

September 2010