Sarphatipark in oorlogstijd

OA_cover_juni_2009Een heerlijke speelplaats was het Sarphatipark nog eind jaren dertig. Maar de Duitse bezetting maakte het bepaald minder gezellig in wat ineens (naar een antisemitische Leidse filosoof) het Bollandpark moest heten.

Elke keer als ik weer in Amsterdam ben, probeer ik toch even langs het Sarphatipark te lopen, langs mijn geboortehuis. Dan komen de herinneringen weer boven.

Wat een heerlijke speelplaats was dat park toch! We speelden er verstoppertje en zetten hinkelbanen uit. In de zomer, ’s avonds na het eten. speelden de oudere jongens er slagbal. Wij meisjes keken geïnteresseerd toe.

En al lopend langs het park denk ik aan de winkels en de mensen die er nu niet meer zijn.

De kruidenier uit Limburg: wat had zijn jonge vrouw een heimwee! Ze sprak echt Limburgs en deed teveel haar best om vlot Amsterdams over te komen.

Vlak om de hoek in de Sweelinckstraat was slagerij Kips, later nationaal bekend door zijn slagzin: “Liever Kips-leverworst dan gewone leverworst”. En daar was ook de nieuwsgierige drogist met zijn eeuwige vragen: “Gaat u vandaag zilver poetsen? Is uw dochter verkouden? Heeft uw man kiespijn?” Mijn moeder - en ik later - kochten ons maandverband elders.

In de deftige antiekwinkel werden nooit klanten in de winkel gezien. Wel in de boekwinkel annex leesbibliotheek (een dubbeltje per week per boek, drie boeken voor een kwartje). Ik las enorm veel.

Toen de oorlog kwam, had die al snel gevolgen voor het park. Recht tegenover ons huis werd een ‘schuilkelder’ gebouwd. Eigenlijk geen kelder, maar een soort terp met een kamertje binnenin, met lange houten banken aan weerszijden. Daar moest men bij luchtalarm gaan schuilen, maar bij mijn weten is dat nooit gebeurd. Maar goed ook, want in de praktijk werd die schuilplaats als openbare wc gebruikt.

Op een dag in augustus 1942 viel bij alle Sarphatipark-bewoners een brief in de bus. Voortaan zou ons park Bollandpark heten. Want de 19de-eeuwse arts en filantroop Sarphati (die onder meer het Amstelhotel en het Paleis voor Volksvlijt liet bouwen) was joods! Ook het borstbeeld van Sarphati in het park werd weggehaald. Ik werd aan het werk gezet om alle briefpapier van mijn vader de naam Sarphatipark door te strepen en met een stempeltje te vervangen door Bollandpark. Want papier weggooien dééd je niet.

Veel buren zag ik nooit terug. De buurvrouw van een paar huizen verder, die huilend vertelde dat haar enige dochter zwanger was van een Duitse soldaat en naar zijn familie in Duitsland moest vertrekken; de joodse kleermaker die met zijn gezin werd opgehaald; de Duitse kapper, al jaren in Nederland, die op Dolle Dinsdag hals over kop naar Duitsland terugging.

Gelukkig kwam in mei 1945 aan die ellende een einde. In het park werd wekenlang feestgevierd. Onvergetelijk was voor ons dat triomfantelijke defilé begin juni. Hangend uit de ramen driehoog zagen wij onze bevrijders aankomen, tanks en jeeps vol juichende Amsterdammers, over de hele breedte van de Ceintuurbaan voorafgegaan door tientallen doedelzakspelers. Na 65 jaar bezorgt doedelzakspel mij nog steeds kippenvel.

Het beeld van Sarphati werd in 1945 meteen weer op zijn oude plek teruggezet en het park kreeg zijn naam terug. En de schuilkelder verdween. Nu is het park weer een heerlijke groene oase in die drukke Pijp.

Corry Vollbracht-Muller

Juni 2009