De poort van het Wilhelmina Gasthuis

Cover_OA_maart_2009Een anonieme engel bracht tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 eventjes licht in het bestaan van inzendster Anna Lang en haar ouders: een verarmde naaister en een zieke werkloze diamantslijper.

De oude foto van de poort van het Wilhelmina Gasthuis in het septembernummer van Ons Amsterdam bracht een bijzondere herinnering bij mij boven. Mijn voorouders van beide kanten zijn allen Amsterdammers. Mijn grootvaders en mijn vader waren diamantslijpers. Mijn moeder was naaister. Over haar gaat mijn herinnering aan die ene keer dat ik haar hartverscheurend heb zien huilen.
Zij was Anna Bruckman (1904-2001) en ik ben Anna Lang (van 1934). En dit verhaal speelt in maart 1945, als ik het me goed herinner. Mijn moeder had haar vak geleerd bij De Bijenkorf. Later heeft ze samen met haar jongere zuster gewerkt in een privé-atelier in de Eerste Helmersstraat. Lange jaren heeft ze daar voor rijke dames japonnen en mantels gemaakt.
In de oorlogsjaren werd dat natuurlijk steeds minder. Voor de oorlog werden er door haar thuis al verpleegstersuitzetten gemaakt voor de zusters van het Wilhelmina Gasthuis. Ze kwamen bij ons thuis om zich de maat te laten nemen. De japonnen waren van graslinnen en de schorten werden zó gemaakt, dat ze ook omgekeerd gedragen konden worden. Toen ik ongeveer negen jaar was, werd het mijn taak om ze - zodra ze klaar waren - weg te brengen. Zodoende ben ik dus ontelbare keren onder de poort van het WG in de Eerste Helmersstraat doorgegaan om de pakjes (keurig in pakpapier, met een touwtje erom) af te geven bij de portier.
Tegen het einde van de gruwelijke Hongerwinter gebeurde er het volgende. Iedere zondag liep ik met mijn moeder naar mijn opoe in de De Wittenstraat. Mijn vader kon die afstand toen niet meer lopen. Zoals te begrijpen, had hij allang geen werk meer als diamantslijper en hij was ziek. Toen wij terugkwamen op driehoog aan de Admiralengracht, stond er bij de deur van onze woning een broodtrommeltje. Mijn moeder pakte het op en deed het vol verbazing open. Het zat volgestopt met boterhammen met beleg en bovenop de boterhammen lag een papieren rijksdaalder!
Mijn moeder leunde tegen de deurpost en begon hard te huilen. Hoe konden ze nu weten dat we geen eten meer hadden! Ze heeft altijd gezegd dat het vast door een van de zusters was neergezet. In haar latere leven heeft ze het erg gevonden dat ze niemand heeft kunnen bedanken - want ze is er nooit achter gekomen wie die engel was.

A. Hazenberg-Lang
Maart 2009