Het Sarphati-kleuterklasje

07082009_CoverDe aanblik van het bijgebouwtje achter de voormalige Sarphatischool waarin later het Allard Pierson Museum was gevestigd (aprilnummer 2009), voert Esther Spruit-Duis in haar herinnering terug naar het jaar 1929 – haar jaar in de voorbereidende kleuterklas

Als driejarige kleuter stap ik via de ingang aan de Roetersstraat van het bijgebouwtje (op de foto herken ik die ingang niet meer) het gebouwtje in.

Tegenover de ingang zie ik een lange rij kinderkapstokjes voorzien van verschillende plaatsjes. Ik krijg het kapstokje met het parapluutje toegewezen om mijn jasje op te hangen.

Rechts op de begane grond is het kleuterklasje wat een jaar dient als voorbereiding op de ‘grote’ kleuterschool verderop in de Roetersstraat. In de klas staat voor ieder kind een tafeltje waarop je een meegenomen plantje mag zetten.

Één onvoorzichtige beweging zorgt ervoor dat mijn potje in scherven stuk valt op de grond. Mijn verdriet en schuldgevoel lijken onoverkomelijk en dikke tranen vallen over mijn wangen. Ik verwacht een geducht standje van de juf, maar in plaats daarvan neemt ze mij op schoot en kust mij.

Ik leer mijn eerste schoolliedje, omdat ik graag zing, mag ik het voorzingen voor de klas:

“Beertje met je zwarte oogjes,

Met je pelsje van fluweel.

Beertje met je zwarte oogjes,

Ikke hou van jou zoveel.

Kom je bij me in mijn bedje,

In mijn bedje warm en zacht?

Beertje met je zwarte oogjes,

Ikke wens jou: goeie nacht.”

Dit liedje hoorde blijkbaar in dit klasje. Ik ben het later als onderwijzeres zelf nooit meer ergens tegengekomen.

Mijnheer ‘Aalmoes’ - in mijn herinnering een grote man met een imposante baard - komt mijn klas binnen. Hij is bovenmeester van de lagere school die in het grote gebouw gevestigd is. Hij wil mij uittekenen (misschien vanwege mijn krullenbol).

Voor een poseerafspraak moet ik naar zijn klas komen, die zich op de eerste verdieping aan het einde van een brede met planken bevloerde gang bevindt, het is een licht lokaal met grote ramen en de kinderen lachen mij vriendelijk toe. Mijnheer Aalmoes is aan het lesgeven, een grote landkaart hangt voor de klas. Het maakte diepe indruk op mij, zoveel geleerdheid.

Het poseren voor het portret vindt in de middagpauze plaats in het kleine onderwijzerkamertje aan de achterkant van het gebouw. De tekening wordt met een soort houtskool gemaakt en later met een spuitje gefixeerd.

Voor ons kleintjes ontbreekt in de school een geschikte speelplaats. Daarom wandelen we dagelijks in de rij langs de laaggelegen huisjes in de Roetersstraat, de brug over en de Nieuwe Achtergracht op. Direct achter de brug aan de rechterkant ligt de speeltuin langs de Nieuwe Achtergracht. Daar is een grote zandbak met speelgerei. De geur van de omringende laboratoria is er te ruiken.

Onder de kreet “Hiep Hoi, Hiep Hoi” bestormen eerst de jongens enthousiast de speelplaats.

Na een poosje word ik vier jaar en mag ik naar de ‘grote’ kleuterschool die over de brug tegenover de Lepelstraat* ligt. Ik moet het Sarphati-kleuterklasje verlaten.

Esther Spruit-Duis

Juli-Augustus 2009

*Nu de Korte Lepelstraat.