Paard aan moeders ziekbed

HR_OAM_NR10_internetIn het begin van de crisisjaren, toen Cor Kaandorp (1926) een kleine jongen was, had zijn vader een groentezaak in de Wagenaarstraat in Oost. En dus ook een paard: dat sprak toen voor zich. Met zo’n dier kon je wat beleven.

Van 1929 tot 1931 hadden mijn ouders een groentewinkel in de Wagenaarstraat. Daar werd destijds van alles verkocht, tot suiker aan toe. Als de kat erin geplast had, werd gewoon de bovenste laag daar afgehaald en de suiker verder verkocht. De crisisjaren waren begonnen.

Mijn vader ging dagelijks met paard en wagen naar de Centrale Markthallen in de Jan van Galenstraat om de handelswaar te halen.

Voor onze winkel was een heel brede stoep. Daarop stalde vader alle groenten en fruit uit. De verkoop gebeurde veel meer buiten dan binnen. Die brede stoep had voor mij ook een geweldig voordeel, want daar kon ik fijn over rijden met mijn ‘vliegende Hollander’. Lekker raggen: het kon mij niet hard genoeg! Maar ja, er liepen altijd wel mensen over die stoep. Daar waren heel wat klanten bij, want vader had het druk. Toch verdiende hij niet veel in die tijd. Het was volop armoede. Middenstanders hadden het zwaar.

Waar toch niet op werd bezuinigd, was de viering van Hartjesdag, in augustus. Dan werden overal fikkies gestookt en de politie had daar veel werk aan. Dat was prachtig. Vooraf werd er overal geld op gehaald om petroleum te kunnen kopen. Het mooiste van alles was dat mijn broertje en ik in de etalage mochten zitten om naar het buitengebeuren te kijken. Daar zaten we wel veilig. Het spektakel ging tot laat in de avond door.

Zoals iedere groenteboer had mijn vader een paard. Dat haalde hij ’s morgens op uit een pakhuis. Vader heeft me weleens verteld dat het paard een keer op eigen houtje wegholde toen hij het uit de stal had gehaald om naar de winkel te gaan. Bij de winkel aangekomen, stond het dier braaf op hem te wachten.

Ik herinner mij nog goed dat mijn moeder een keer ziek in bed lag in de kamer achter de winkel. Vader had pas een ander paard gekocht en dat wou hij even aan mijn moeder laten zien. Op een zondag nam hij het dus mee naar binnen, door de winkel, door een gang en de kamer in. Zo ziek als mijn moeder was, moest ze toch wel lachen toen het paard daar zo naast haar bed stond op de vloerbedekking. Het mooiste van alles was dat het dier niet meer terug naar buiten wilde. Het was bang voor al die deuren die het op de heenweg had gezien. Daar heeft mijn vader dus iets op bedacht. Hij deed een aardappelenzak over het hoofd van het paard, zodat het geen deuren meer zag. En zo liepen ze samen rustig naar buiten.

Ach, er zijn nog zoveel herinneringen. Vlak bij ons in de buurt was een spoorbrug. Daar ging ik graag op staan als er een locomotief onderdoor kwam. Dan stond je volop in de rook. Dat was natuurlijk niet gezond – maar ik ben er toch in goede conditie 83 jaar mee geworden!

Cor Kaandorp

Oktober 2009