Jan Weggelaar plaveide mijn pad

Theo Bakker (1941) steekt op het internet zijn passie voor Amsterdam en geschiedenis niet onder stoelen of banken (http://www.theobakker.net/amsterdam). Waar komt die passie vandaan?

Na een mislukt experiment op een ‘kalenetenschool’ deed mijn moeder mij in 1955 op een Daltonschool, de ‘tweede Drie’ (2de 3-jarige hbs) in de Zocherstraat. Binnen de kortste keren voelde ik me daar senang en pakte ik de studeerdraad op. Het mooie van deze school was het alternatieve lesprogram met allerlei vakken buiten de verplichte leerstof om, die je vrijelijk naar eigen interesse kon kiezen. Fotografie was mijn passie, maar je werd geacht drie facultatieve vakken te kiezen. Tekenen ging me ook niet slecht af en dat werd de tweede keuze. Nu nog een derde – en daar viel mijn oog op ‘heemkennis’.  
Aantrekkelijk was dat het vak niet door een leraar gegeven werd, maar door de amanuensis, meneer Kanters. Die man was ongekend populair onder de leerlingen. Op andere scholen heette zijn baan gewoon conciërge, maar het feit dat hij in het scheikundelokaal de proeven voorbereidde en de rotzooi achteraf weer opruimde, deed de directie kiezen voor die wat chiquere omschrijving. Kanters was sowieso een aparte figuur, want bij ziekte van een leraar zag hij er geen been in de les waar te nemen, of liever gezegd de klas van de straat te houden.
Hij verzorgde de lessen heemkennis met verve, waarbij hij vaak leunde op de speciale consulent van de gemeente Amsterdam voor heemkennisonderwijs op de scholen: Jan Weggelaar. Die sleepte ons diverse keren dwars door de stad en vertelde met geestdrift over ‘zijn’ stad. Hij was het die ons attent maakte op een nog vrij jong initiatief van de Gemeentelijke Commissie Heemkennis, het eigen maandblad Ons Amsterdam. Enthousiast geworden door de gedreven pogingen van beide heren ons enige kennis van de geschiedenis van Amsterdam bij te brengen vertelde ik daar thuis over. Mijn vader sprak het wel aan; in 1956 abonneerde hij zich op het blad. Binnen niet al te lange tijd was hij nog heviger besmet met het heemkennisvirus dan ik. En dat voor ’n Fries! Op het Waterlooplein scharrelde ik oude nummers van de eerste zes jaargangen bij elkaar en pa liet ze keurig inbinden, zoals het hoort en zoals ik vandaag nog steeds doe. Na zijn overlijden liet ik de redactie weten dat Theo Bakker was verhuisd; wij hadden toch dezelfde voornaam. Ik zal het blad trouw blijven… Tot m’n laatste snik.
Toen Jan Weggelaar in 1981 afscheid nam als consulent en dus ook als enthousiast rondleider in ‘zijn’ stad, bleek dat niet iedereen even gelukkig was geweest met zijn activiteiten. De kamergeleerden die het stokje overnamen, weenden hem geen seconde na. Het was allemaal zo gedateerd geweest! Maar ik denk aan zijn gedrevenheid en aan zijn aandeel in mijn passie voor Amsterdam. Ik pak regelmatig een oude jaargang Ons Amsterdam en blader er van kaft tot kaft nog eens doorheen. Altijd raak ik dan weer verdiept in een artikel van Den Herder, Kruizinga, Dubiez, Jansen, Roetemeijer of Wagener. Ik kijk nog eens naar de fotoquiz van Schade van Westrum, wat waren die makkelijk. Die op mijn site is pittiger.