Geoorloofd spijbelen in de Plantage

HR_OAM_07_2010_CVR_kleinNiets is zo heerlijk als onder schooltijd even een boodschap de mogen doen voor ‘de juf’.
Zo leerde Karien Anstadt in de jaren vijftig haar Plantagebuurt nog beter kennen.

In de jaren vijftig was de schoolkeuze nog eenvoudig. Je ging gewoon naar de dichtstbijzijnde buurtschool. Ons gezin woonde op de Plantage Muidergracht 89, dus begonnen mijn zusjes en ik onze schoolcarrière op kleuterschool De Waterlelie op die gracht en schoven daarna door naar de Dr. E. Boekmanschool een paar meter verder.

Mijn eerste schooldag, in 1952, herinner ik me als de dag van gisteren. Toen de moeders het kleuterklaslokaal verlieten begon mijn buurjongetje hard te huilen en vervolgens huilde de hele klas spontaan mee. Na een paar minuten was iedereen weer stil, maar dat gold niet voor mij. Ik bleef zo angstig dat het schoolhoofd, juffrouw Dams, mij tijdens het speelkwartier op haar schoot nam, waar ik dat hele kwartier bleef zitten. Maar, oh wonder, om twaalf uur stond mijn moeder weer voor de deur van de school en was het leed snel geleden. Kort daarop leerde ik mijn vriendinnetje Amy kennen – nog steeds zijn we bevriend!
Het feit dat ik vlakbij school woonde en de buurt dus goed kende, bezorgde mij later privileges. Regelmatig onder schooltijd riep juffrouw Hogeweg mij bij zich en liet mij haar nylons naar het ateliertje in de Plantage Kerklaan brengen om de ladders te laten ophalen. Ik mocht dan altijd een vriendinnetje meenemen. Natuurlijk koos ik Amy.
Wat voelden wij ons vrij en bevoorrecht als wij de schooldeur met een klap achter ons dichtsloegen en op ons dooie gemak de Muidergracht afliepen, richting Kerklaan. Amy was altijd een tikje overmoedig en ik liet mij graag meeslepen. Nadat we de nylons hadden afgeleverd, gingen we op haar initiatief eerst nog even naar bakker De Bie, ook in de Kerklaan, en kochten daar van ons zakgeld een krentenbol. Vervolgens belden we op de terugweg, trots en uitgelaten, nog even bij mijn moeder aan voor een kort praatje.
De Muidergracht was in de jaren vijftig minder volgebouwd dan nu. Ons huis had een prachtig uitzicht op het water. Als ik naar buiten keek zag ik de woonark van de schippersfamilie Van Beek, waar mijn vriendinnetje Thea woonde. In de strenge winters stapten we via haar slaapkamerraampje het ijs op om te schaatsen en trakteerde haar moeder ons vanuit datzelfde raampje op warme chocola.
’s Zomers sprongen wij touwtje en hinkelden op de vlakte voor de ark, totdat mijn moeder het balkon opkwam en me vroeg om boodschappen te doen. Buurtwinkels genoeg. Ik herinner me groenteman Rijper, kruidenier Kalkstein en delicatessenzaak Glazer in de Plantage Kerklaan, en bakkerij Veenboer en slagerij Jonker in de Plantage Middenlaan. Ook was (en is) er de sigarettenzaak op de hoek van de Kerklaan, waar ik al als klein kind voor mijn ouders een pakje Golden Fiction moest kopen. De winkelier vond dat heel normaal en legde het pakje op de toonbank voor ik goed en wel binnen was.
Soms loop ik nog wel eens rond in onze vroegere buurt. Op sommige plekken vind je nog de sfeer van vroeger, zoals bij het Hortusplantsoen, maar er is veel veranderd. Ons huis is nu een hotel en het prachtige vergezicht is niet meer.

Karien Anstadt

Juli-Augustus 2010