Koude Oorlog in de Paardekraalstraat

092008_CoverDe Koude Oorlog kwam voor de kleine Alex Geelhoed midden jaren vijftig even heel dichtbij.

De nogal onbekende Paardekraalstraat is van ongeveer 1910 en loopt tussen het statige Pretoriusplein en de fraaie herenhuizen aan de Transvaalkade. De eerste verdieping van het etagehuis waarin ons gezin tussen 1951 en 1967 woonde, telde twee kamers en suite en twee slaapkamertjes. De keuken was niet heel klein en daar speelde zich in de warmte van het gasstel een belangrijk deel van het gezinsleven af.
Tijdens verkiezingstijd hadden wij kinderen een extra bron van vermaak. Wij probeerden dan met een balletje de verkiezingsborden aan de ramen en balkons te raken. Dat van de KVP hoorde inderdaad bij een groot katholiek gezin. Ons verkiezingsbord was van de CPN.

In de Transvaalbuurt zag je die wel meer, maar niet in de Paardekraalstraat. De verdienste van mijn ouders was dat ze er in slaagden om met de meeste andere bewoners, althans waarschijnlijk met een aantal van de meer ontwikkelde, goed te kunnen omgaan. De katholieke kindertjes sisten echter soms toch ook wel “smerige communisten” naar ons. Als kind voelde je dan een enorme agressiviteit zonder die volledig te doorgronden.
In november 1956 zagen onze ouders het door de Hongaarse opstand even zo donker in dat we voor enkele dagen elders onderdoken. We trokken de gordijnen dicht om glasscherven niet door het huis te laten vliegen als er stenen door de ruiten zouden komen, vertrokken naar de overkant van de Amstel bij wat onbekendere partijgenoten en lieten de vissen in het aquarium op hoop van zegen achter.
De huiveringwekkendste uiting van de Koude Oorlog in onze Amsterdamse straat was echter nog ietwat persoonlijker van aard, namelijk het razende bonken op de toen wel erg dunne etagedeur door de slungel van drie hoog. Deze zoon van onze katholieke bovenburen was een jaar of achttien. Hij had een brommer, die tegen onze zin beneden in het trapportaal stond te stinken naar tweetakt en die bovendien de brandveiligheid in ons huis niet ten goede kwam. De stemming op de trap was hierdoor niet altijd even jofel.
“Vuile communisten”, gilde de jongen. Hij wilde serieus naar binnen komen om verhaal te halen. Mijn moeder en ik achter de deur vonden dat beslist bedreigend. De aanleiding voor deze rel zou wel eens de brommer in het trapportaal kunnen zijn geweest. Burenruzie en een agressief politiek klimaat bleken een riskant mengsel, gevaarlijker dan de brandstof in de brommer.
Al bijna 40 jaar woon ik niet meer in de Paardekraalstraat, maar wel steeds bijna in een cirkel eromheen. Geregeld fiets ik nog door de straat. Verkiezingsborden op woonhuizen zijn geschiedenis geworden en gebald wordt er ook haast niet meer.

Alex Geelhoed
September 2008