De bieb van het Meidoornplein

In de jaren veertig was Louis Westhoff (1930) trouw bezoeker van de Openbare Bibliotheek op het Meidoornplein in Noord. Bestierd door een breed denkende bibliothecaresse.

Via de beeldbank van het stadsarchief of met Google Earth wandel ik af en toe door het Amsterdam-Noord van toen en nu. Zo kwam ik ook terug op het Meidoornplein. Het gebouwtje van de Openbare bibliotheek staat er nog, zag ik. De ‘bieb’ zelf is al jaren geleden verplaatst naar de voormalige Sint Ritakerk aan het Hagedoornplein.
Een verhuizing van ver na mijn tijd. Voor mij beginnen de herinneringen in 1939. Toen kwamen wij uit Nieuwendam in stedelijk Noord te wonen en mochten we jeugdlid worden van de OB. Amsterdam was vooruitstrevend met haar bibliotheekbeleid. De hoofdvestiging was toen aan de Keizersgracht en in de wijken waren dependances. In Noord waren er zelfs twee. Één in Tuindorp Oostzaan en die op het Meidoornplein.
In de stad moest je een lijstje inleveren aan een loket en dan, na enige tijd wachten, kreeg je de gevraagde boeken aangereikt. Het was altijd een gok of de inhoud wel in overeenstemming was met de verwachtingen die de titel wekte. Zoveel ervaring had je als kind van twaalf nog niet en meteen teruggeven was er niet bij. Daarvoor was de ambiance te intimiderend, in die kelder van dat grote grachtenhuis. Nee, dan het Meidoornplein. Daar stonden de boeken in open kasten en mocht je zelf uitzoeken, inkijken en doorbladeren. Wat een bevrijding, wat een vrijheid.
De leiding berustte bij een dame van (in mijn herinnering) middelbare leeftijd, uit een sociaaldemocratisch milieu. Tegenwoordig kun je alleen streng gereformeerden en moslima’s  aan hun kleding en kapsel herkennen. Zelfs nonnen onderscheiden zich uiterlijk nu niet meer van geseculariseerde dames. Toen was dat anders. Iedere zuil had zijn eigen klederdracht. Die van de bibliothecaresse was duidelijk SDAP, van haar steile kortgeknipte hoofdhaar af tot haar degelijke platte schoenen toe.
Ze wist ongelooflijk veel. Als je buiten de kast van de jeugdboeken zocht – dat mocht, als je van de lagere school af was – kon je bij haar terecht voor de keus van een boek over een bepaald onderwerp. Soms kwam er een kind een boek voor moeder halen. De juf kende haar klantjes en koos een boek dat moeder wel zou bevallen en dat ze zeker nog niet had gelezen.
Ze was ook niet kinderachtig als je met een boek aankwam dat volgens haar je geestelijke draagkracht te boven ging. Hoogstens dat ze zei dat het een moeilijk boek was en soms adviseerde ze een eenvoudiger uitgave over hetzelfde onderwerp. Verboden titels  kan ik me niet herinneren. Zelfs Kamertjeszonde van Herman Heijermans konden we zonder problemen lenen. Ook de tafel met weekbladen was voor ons jongens en meisjes beschikbaar. Ongelofelijk veel heb ik daar geleerd.
Op de foto’s zag ik dat de bieb nu een vervallen dichtgespijkerd gebouwtje is van een eenvoudige architectuur, waarin de Amsterdamse Schoolstijl toch nog duidelijk te herkennen is. Het verdient behouden te blijven, als monument van emancipatie en volkseducatie.

Louis Westhoff