Koetenkontje en Aart Cocolaatje

Cover_OA_mei_2009Ze woont inmiddels in het Friese IJlst, maar de wieg van Alie Rommers stond aan de Durgerdammerdijk, de latere Schellingwouderdijk. Naar Amsterdam ging je nog met bootje en op Koninginnedag deden de mannen aan blaastrappen

Mijn geboortedorp Schellingwoude is in ruim zestig jaar veel veranderd, maar altijd een dorp in de stad gebleven. Toen ik jong was had je ‘de dijk’, ‘de sluis’, de Liergouw en de Wijkergouw. Die zijn er nog steeds, alleen de Paterslaan tussen deze beide gouwtjes is erbij gekomen.

Wij woonden in het allerlaatste huis aan de oostkant van het dorp. Mijn geboortehuis is ongeveer tien jaar na de bouw van de Schellingwouderbrug afgebroken. Het was door de bouw van de brug ernstig verzakt: tussen voor- en achterkant van het huis zat een hoogteverschil van ongeveer tien centimeter! Nu staat op die plek het tuincentrum, de enige plaats in het dorp waar je nog iets kunt kopen.

Begin jaren vijftig was dat wel anders. Ik herinner mij drie groenteboeren, een slager, een bakker, twee kruideniers, twee ventende melkboeren (een was bijgenaamd ‘koetenkontje’) en een fietsenmaker. Ook was er café De Kievit, waar we als kind op woensdag- en zaterdagmiddag tv mochten kijken. Verder nog een manufacturenbaas, twee kappers, een schoenmaker, een kolenboer, een smederij, een schillenboer. Wij hadden een eigen benzinepomp en het petroleumvrouwtje kwam met de handkar met vat langs, evenals een koopman met haarspeldjes en dergelijke. Er waren twee dokters, het postkantoor op de sluis en een eigen school met drie lokalen (een kleuterlokaal en een lokaal voor klas 1, 2 en 3 en een voor 4, 5 en 6). Ook was er een Albert Heijn, nee, geen winkel, maar een geitenboer.

Toen er nog een brug was onderhield een bootje de verbinding met ‘de stad’. In voor- en najaar ondernam iedereen de expeditie - want dat was het - naar de stad om schoenen en jassen te kopen. Kleding maakte je zelf.

Een van de twee kruidenierswinkeltje stond aan de Liergouw in een schuur achter het huis: de Vivo van Willem van Vuure en zijn vrouw tante Marietje. Lange Willem ging eens per week de klanten langs en bracht de boodschappen dan later keurig thuis. De andere kruidenier was de Vegé-winkel van juffrouw Dijkman. Toen zij op latere leeftijd trouwde werd de winkel overgenomen door ene De Frel, bijgenaamd ‘de lachende geit’. De drie groenteboeren gingen langs de deur: twee met een vrachtauto en een met paard en wagen. Slechts eentje had ook een ‘echte’ winkel, een ander hield een winkel in de kelder van zijn huis.

Dokter Sieswerda had de wachtkamer in de hal en de praktijkruimte in de achterkamer van het dubbele woonhuis. De medicijnen kwamen uit Tuindorp Nieuwendam van apotheek Capon op het Purmerplein en werden rondgebracht door ‘Aart Chocolaatje’ (zijn echte naam was Aart van Vuure).

Schillenboer Cor Lof was geestelijk wat minder bedeeld. Hij mocht op Koninginnedag meedoen met blaastrappen. Een wedstrijd voor de mannen. Alle mannen kregen een varkensblaas aan een touwtje aan de enkel gebonden en dan maar trappen. Wie het langst zijn blaas heel hield, had gewonnen. Ik herinner me een jaar dat Cor na vijf of zes blazen te hebben verbruikt met goedvinden van alle andere deelnemers de eerste prijs kreeg.

Alie Rommers-Jong

Mei 2009