Mijn Amsterdam EXTRA: Een knus achterhuis in de Tweede Atjehstraat

Cobi S. Smits groeide op achter een sigarenwinkel in de Indische Buurt. Het was krap en daglicht drong er weinig door. En de Hongerwinter bracht diepe ellende. Maar toch kijkt zij vol warmte terug aan dat huis, getuige haar ontroerende gedicht.

(Dit verhaal werd niet eerder gepubliceerd.)
In de Tweede Atjehstraat

We woonden in een smalle straat. Hoge huizen, geen groen er in,
Mijn ouders, mijn broertje en ik, dat was ons hele gezin.
Wonend in een achterhuis ... MIJN THUIS.

Half scheen de zon in die straat,de schaduw was diep en dood,
vér boven was de blauwe lucht,nog verder 't avondrood,
en achter was ... MIJN THUIS.

Vóór was de sigarenwinkel,vandaar dat achterhuis,
't rook er kruidig en geurig,trots voelde ik me er thuis
en veilig in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Tussen vóór-en achterhuis sliepen we allen tesamen
om 's morgens gezond te ontwaken in die kamer zonder ramen.
Zorgeloos in dat achterhuis ... MIJN THUIS. ; j
i
Heden verlangt de wetenschap slechts over hygiëne te praten,
maar ik voelde me daar veilig,nooit eenzaam of verlaten '
in dat fijne achterhuis ... MIJN THUIS.

Op zaterdagavond de kinderen in 't schuimende bad gedaan,
tot tien uur klonk de winkelbel en bracht klanten aan. i
Luisterend er naar in dat achterhuis ... MIJN THUIS!
i
Daar in die tweede Atjehstraat was m'n gehele jeugd, '•
niet voelbaar de zorgen der ouders beleefden wij zonnige vreugd
Blij in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

M'n moeder zong psalmen en m'n vader van "Zittemejapie,'
Moeder verhaalde van David Stam en vader over z'n slapie. •
Vrolijk in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

De zonnige tuin,mijn paradijs,Phloxen en Vergeetmenieten,
de kippen in hun kippenhok,hoe kon ik daar van genieten ;
achter dat achterhuis .... MIJN THUIS.

Vader bracht de broedse kip sla en vette pieren aan.
Hij zei dat ze dan fit en sterk van 't " kraambed" op zou staan.
Afwachtend in dat achterhuid ... MIJN THUIS.

Vader voerde de kuikentjes met ei en dunne pieren,
wij speelden "vader en moedertje"in de schaduw van populieren
in de tuin van dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Rhododendrons en Afrikaantjes en slungelig Schildersverdriet,
't Lusthof dat ik later bezocht bezat die schoonheid niet.
Dromerig in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Een tafel en stoelen op de waranda, Geraniums in m'n prieel,
moeder hing een laken op, soms scheen de zon te veel.
Warm in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Moeder stoofde biet of andijvie en, feestelijk, de rose lamsbout.
De " zilveren" haard in de kamer, nooit hadden we 't koud.
Behagelijk in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Schemeruurtje, kaarsjes aan, kopjes stonden gereed, j
't theelichtje stond te branden op 't oranje tafelkleed,
in die kamer van dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Met Rinus, Ina en Jantje speelde ik " Dieffie-met-verlos",
terzijde riep Johan:" Rennen, Cobi, strakkies ben jij weer de klos":.
Op straat bij 't achterhuis ... MIJN THUIS.

Of we speelden " Ziekenhuissie". Patiënt Theo had zware griep.
"Ik heb wel een goed drankje" zei kordate zuster Miep.
Wijs wordend ondanks 't achterhuis .... MIJN THUIS.

Op zondagmiddagen liet vader ons vol heimwee de Rietlanden zien, :
verhaalde van ' t smullen van Copra en 't kattekwaad,soms ongezien.
Lachend naar't achterhuis ... MIJN THUIS.

Toen kwam sluipend die Hongerwinter, deed bij vader oedeem ontstaan.
Vader met z'n dikke knieën kon op 'hongertocht' niet meer gaan.
Stil werd 't in dat achterhuis....MIJN THUIS. ;

Die altijd zorgende vader huilde machteloos van verdriet;
"Die zoete pap van ' t Rode Kruis, voor de kinderen, ik wil 't niet".
Verdrietig in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Moeder werd boos en riep uit: "Jij zult zó zeker gaan sterven",
en voerde hem hapje voor hapje,en kon weer krachten verwerven.
Weer hoop in het achterhuis .... MIJN THUIS.

Die winter vol kou en vol honger, 't voortdurend bedelen om eten,
die oneindige zorg van m'n ouders, hun bidden niet te vergeten.
Vechten in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Dit was 't gruwelijk dieptepunt in mijn zorgeloze jeugd,
Tot 't Zweedse wittebrood .ons bracht een hoogtepunt van vreugd.
Smullen in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Mijn broertje en ik riepen uit: "Mammie, is dit gewoon brood?
Ze huilde en zei:" Hier...eet maa r, zij redden ons van de dood!".
" Lang leve Zweden !" juichte ' t hele achterhuis ... MIJN THUIS.

Wachtend op uitkomst vroeg vader:" Cobi,wil jij nog wat zingen?"
Dan pakte ik m'n gitaar, liet de accoorden klinken.
"Dona,Nobis,Pacem" in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

In 't donker en dikke jassen aan zongen wij van "Zon" en " Joechee !
en "trekken langs korenvelden", 'ook oma bij ons gehuisd zong mee
Wel vrede in dat achterhuis ... MIJN THUIS.

Veertig jaar later zei m'n vader :"Die muziek, toen, was toch zó fijn!' Dit zeggen maakte mij rijker dan ik met juwelen kon zijn. Oneindig rijk in dat achterhuis .... MIJN THUIS.

Al jaren woon ik nu In Brabant,ik voel me er echt wel thuis.
Maar daar in die Tweede Atjehstraat,waar de zon zo maar half
daar stond mijn echte TEHUIS ... MIJN THUIS.




[J.A.R. Smits had in de jaren dertig en veertig een sigarenzaak op het adres Tweede Atjehstraat 46 - Red.]