Nummer 9: September 2016

Voor alles de familie: steeds weer een Jan Six Six-1-Mak-in-kamer

"Ik moet nu wel even ont-Sixen", bekent Geert Mak in het tuinhuis van uitgever Atlas op de Prinsengracht. Dicht bij Amstel 218, het huis van de familie Six en het onderkomen van hun imposante kunstcollectie, met als topstuk Rembrandts schilderij van Jan Six I uit 1654. Hij bracht er talloze uren door, om greep te krijgen op het dagelijks leven van het aloude Amsterdams patriciërsgeslacht door de eeuwen heen. Wat kwam hij te weten?


Een week geleden, op 25 augustus, werd het boek feestelijk gepresenteerd: De levens van Jan Six. Een Amsterdamse familie. Het is veel meer dan een familiekroniek. Via de familie Six krijgen we een beeld van de ups en downs van de hele Amsterdamse elite gedurende de afgelopen ruim 400 jaar.
"De Sixen hebben me een beetje verleid...", zegt Mak. "Bij de opening van de Hermitage in 2009 maakte ik kennis met Jan Six X, de huidige pater familias en collectiebeheerder. Hij nodigde mij uit om eens langs te komen. Ik was overdonderd door alle schilderijen in dat huis en ook door de oude voorwerpen en archivalia die ik daar zag. De 'historische sensatie' (om met Johan Huizinga te spreken) giert daar door je ledematen! Wat me ook frappeerde was de continuïteit. We kennen de Jan Six die Rembrandt portretteerde. Maar in iedere generatie kende Amsterdam een Jan Six – want traditiegetrouw wordt in deze familie de oudste zoon zo genoemd. En ook de naasten van deze Jannen kwamen er voor mij tot leven, door alle portretten, bewaarde brieven, huisraad, kledingstukken en overgeleverde familieverhalen."

Maagschap
In zijn vorige Amsterdam-boeken, zoals De engel van Amsterdam (1992) en Een kleine geschiedenis van Amsterdam (1995), beschreef Mak met veel compassie het wedervaren van daklozen, hoeren, junks, verbrande wederdopers en andere geknakte of juist oproerige pechvogels uit het Amsterdamse verleden en heden. "Nu vond ik het wel eens nodig de samenleving door de ogen van de bovenlaag te bekijken. Over de lagere klassen is zo langzamerhand redelijk veel bekend, terwijl de geschiedschrijving van de elite pas in de laatste decennia goed op gang is gekomen.
"Wie mij enorm geholpen heeft is Bas Dudok van Heel, gepensioneerd medewerker van het Stadsarchief. Die weet krankzinnig veel over het Amsterdams patriciaat – ook over Rembrandt, trouwens. Hij wijdde mij in het standsdenken in. Om die tijd te begrijpen moet je je hedendaagse bril afzetten. Ongelijkheid was de norm, zeker tot midden 18de-eeuw. Gelijkheid en gelijkwaardigheid zijn uitvindingen van de Verlichting en het duurde lang voor die begrippen gemeengoed werden.
"Bas wees me ook op de grote betekenis van het begrip 'maagschap': de vanzelfsprekende, onvoorwaardelijke solidariteit met je familie. Alles was daaraan ondergeschikt, ook het liefdesleven. Financiële en politieke familiebelangen bepaalden goeddeels de partnerkeuze. Vandaar de geweldige commotie toen in 1817 Henriëtte Six, dochter van Jan IV, er vandoor ging met de substituut-schout van Hillegom, het dorp waarvan hij ook 'Heer' was. Een lage ambtenaar! Zij werd meteen onterfd en uitgestoten."

Familietrekjes
Hoe representatief waren de Sixen eigenlijk voor de Amsterdamse elite? "Nou, representatief waren ze zeker tot het begin van de 19de eeuw. Toen viel de elite nog samen met het patriciaat: de families die in wisselende machtsblokken het stadsbestuur domineerden. In de eerste helft van de 17de eeuw waren het vooral nijvere kooplieden en ondernemers, daarna (vaak behoorlijk corrupte) renteniers. Onder Napoleon hielden ze nog heel wat invloed, maar na 1815 moesten de steden hun meeste macht afstaan aan de koning. Adellijke titels waren de troostprijs. De Sixen trokken zich terug uit de politiek, waar na 1850 de niet-patricische welstandige burgers – ondernemers en bankiers – de meerderheid kregen. Maar het bijzondere van de Sixen is dat ze veel aanzien bleven houden dankzij hun culturele status, gebaseerd op hun kunstcollectie. Die verbond hen als het ware met de eeuwigheid. Anders dan bijvoorbeeld de familie Van Loon die omwille van het geld hun schitterende collectie kunstbezit goeddeels verpatste."
De diverse Jannen vertonen grote verschillen. "Toch zie je bepaalde eigenschappen telkens terug. Natuurlijk vooral hun liefde voor de kunst. Neem Jan XI, die is nu met z'n 39 jaar een gerenommeerd Rembrandtkenner. Ook hebben ze een vanzelfsprekend gemak van optreden, een gave die het gemiddelde bouwvakkerskind níet cadeau krijgt. Familietradities zijn er ook: Sixen eten, zo wordt beweerd, het liefst enkel met een vork."

Pandora
De bijzonderste stukken in het Six-archief zijn de kleine en grote Pandora van Jan Six I. De eerste (1641-1656) is een soort vriendenboek met pentekeningen van Rembrandt, architectuurtekeningen van Adriaan Dortsman en gedichten van onder meer Vondel en schouwburgdirecteur Jan Vos; de tweede (1665-1686) bestaat uit twee enorme mappen die fungeerden als dag- en kladboek van Jan Six zelf, vol wijsgerige gedachten, gedichten, vergadernotities, vunzige moppen, weerberichten en recepten. "Maar ook met godsdienstige en wijsgerige beschouwingen. Je ziet hem worstelen met de opvattingen van Descartes en Spinoza, met de beginnende Verlichting. Zelden krijg je zo'n intieme inkijk in de geest van een 17de-eeuwse Amsterdammer. Daar moet echt nog eens een grondig historisch onderzoek aan worden gewijd."
En aan welke onderwerpen nog meer? "Nou, denk aan andere prominente Amsterdamse families, zoals Bicker, Backer, Hooft en Valckenier, En de 18de-eeuwse Doelistenbeweging, die hier in de Lage Landen voor het eerst een soort democratie-ideaal formuleerde. Daarmee begon het, de gelijkwaardigheid, het einde van het elitedenken."


De familie Six
De familie Six verwierf al enig aanzien in Frans Vlaanderen (Saint-Omer) als lakenververs, voordat Charles Six in 1586 naar Amsterdam vluchtte. Wie waren zijn opvallendste nazaten? Allereerst Jan Six I (1618-1700), nog steeds firmant van de textielververij, maar steeds meer vooral dichter, kunstverzamelaar en vanaf 1691 een paar jaar een van de vier burgemeesters van Amsterdam, bevriend met Vondel en met Rembrandt, die in 1654 een beroemd portret van hem maakt. Dan de stinkrijke, ondernemende en corrupte Jan II (1668-1750), burgemeester van 1719 tot 1748, en als eerste Six ook Heer van Hillegom. Zijn gebochelde achterkleinzoon Jan V (1788-1863) stierf ongehuwd, zodat de grote kunstcollectie van de familie terechtkwam bij diens broer Hendrik Six, getrouwd met Lucretia van Winter, die zelf ook een grote kunstverzameling had geërfd. Sinds in 1841 koning Willem II de familie in de adelstand verhief, mocht Hendrik zich jonkheer noemen. Hun zoon Jan Pieter alias Jan VI (1824-1899) ontwikkelde zich tot gezaghebbend archeoloog en penningenexpert.Jan VII (1857-1926) trad in zijn voetspoor en werd hoogleraar kunstgeschiedenis. Gedwongen door de verbreding van de Vijzelstraat verhuisde deze in 1916 van Herengracht 511 naar Amstel 218, nu nog steeds het familiehuis en onderkomen van de Collectie Six. Zijn eerste zoon, Jan VIII (1891-1961), was directeur van de Amstelbrouwerij en medeoprichter van Stadsherstel; zijn tweede, Pieter Jacob (Piet) Six (1895-1986), leidde tijdens de Duitse bezetting de nogal rechtse verzetsgroep Ordedienst (OD). Jan Six X (geb. 1947) is de huidige voorzitter van de Six Stichting. Hij werkte in het uitgeefvak en in de (culturele) reclame, schreef diverse boeken en is bestuurder van nogal wat instellingen. Jan XI (geb. 1978) is kunsthistoricus en kunsthandelaar – en trotse vader van Jan XII (geb. 2013).