Nummer 8: September 2016

Wilde Jaren op de Caledonia16-Caledonia

Een halve eeuw geleden liepen in september 1966 de eerste bewoners over de loopplank van de Caledonia. Het haveloze passagiersschip dat met 300 hutten de ongekend grote toeloop van studenten in Amsterdam het hoofd moest bieden. Al snel bevolkten hippies en freaks de dekken en de lounges. De drugshandel tierde welig, er was prostitutie, condooms verstopten de douches. Oh ja, er woonden ook nog studenten. Een terugblik met oud-bewoners.


Ineens, op de ochtend van 24 december 1965, verscheen de Caledonia voor de pieren van IJmuiden met bestemming Amsterdam. In de hoofdstad wiste ze van niks. Dat wil zeggen, niet op het stadhuis. Wél bij de Stichting Studenten Huisvesting (SSH), dat het zeventien jaar oude zeekasteel, zes dekken hoog en 150 meter lang, had aangekocht om het kamertekort onder studenten te lenigen. In één klap meer dan 300 kamers erbij. "De haven is overvol, ook al zie je veel water", riep de gealarmeerde burgemeester Gijs van Hall. Hij belde meteen met de kersverse SSH-voorzitter Arnold Heertje: "Kunt u dat schip niet terug laten gaan?" Nee, dus.
In de Hornhaven was plek. Na een verbouwing van f 5 miljoen bij de NDSM liepen de eerste bewoners in september 1966 over de loopplank in het Westelijk Havengebied, dan nog niet veel meer dan een kale zandvlakte. Het was drie kwartier fietsen naar de dichtstbijzijnde collegezaal en een bushalte was in geen velden of wegen te bekennen. Er mochten alleen mannen verblijven. De SSH vond het te gevaarlijk voor vrouwen om de lange, onverlichte weg naar het schip af te leggen. Later was dat wel eens argument om meisjes te overreden te blijven slapen. Wel kwam er vrij snel een bus naar de stad, maar die reed alleen 's ochtends vroeg, als de meeste studenten nog lagen te slapen.
Zo ver van het centrum raakten de hutten het eerste half jaar niet vol. Maar het drijvende studentenhuis zou de gemoederen al snel om heel andere redenen bezighouden. Verhalen over vervuiling, wilde feesten, drugsgebruik en hoeren op de boot vulden de krantenkolommen tot het eind in 1971. Toch staat ook vast dat velen er dé tijd van hun leven beleefden. De reportage in Intermediair van 27 december 1986 spreekt boekdelen, als Martin Bouwman met voormalige medebewoners terugblikt onder de kop 'De veteranen van de Caledonia'. Zijn verslag leest als een hekgolf van nostalgie én ellende.

Alles kan
Een van de geïnterviewden was Rien Verhoef. Zijn uitspraken van toen vult hij nu aan. Hij studeerde aanvankelijk in Delft. "Maar je wilde in die tijd natuurlijk naar Amsterdam." Via via wist hij een hut op de Caledonia te bemachtigen. "En dan kom je in een omgeving waarvan je het idee hebt: dit is misschien een kleine wereld, maar wel een waarin ik kan zijn wie ik ben. Dat was de Caledonia voor ontzettend veel mensen."
Eerste kocht hij een omvormer bij een elektriciteitswinkel op de Nieuwendijk, want de zware dieselmotoren diep onderin het schip wekten gelijkstroom op en die moest worden omgezet naar wisselstroom. De stroom- en watervoorziening werden geregeld door de vaderachtige hoofdmachinist Arie van Lint, die in het stuurhuis met zijn gezin woonde. Onder hem werkten vier machinisten in ploegendienst, met studenten als hulpjes.
Ook Bas Lubberhuizen was een regelmatige bezoeker van het schip. De latere eigenaar van café Welling woonde in Rotterdam en Utrecht, maar de Caledonia bood altijd een slaapplaats. "Vrienden lieten gewoon de sleutel van hun hut achter. Niemand vroeg wat. Het was chaotisch, leuk, vrij." Beiden roemen de inrichting. Verhoef: "Het schip zat vol Britse grandeur." Er waren lounges met fraaie lambrisering, leren fauteuils, een vleugel en ventilatoren zo groot als een propeller. En een zonnedek, waarvan sommige roekelozen een zweefduik in het IJ namen. Bouwman herinnert zich ook de volledig ingerichte kapsalon, een kinderkamer met hobbelpaarden en een tandartskamer met apparatuur. In de kasten lagen nog zilveren bestek en linnengoed. Voor 300 man was er één televisietoestel.
De kamerhuur was f 84,-, ongeacht de grootte, inclusief licht en verwarming. Uitstekend als slaapplaats tijdens een zeereis, te klein om in te wonen en te studeren. "Zeer gehorig bovendien", aldus Verhoef. Dunne houten wandjes scheidden de hutten van elkaar. "Als je buurman een lucifer aanstreek, hoorde je dat. Een keer zette hij om vijf uur 's morgens de nieuwste Stones op, was hij toevallig voor in de stemming. Het volume helemaal open. Hifi was toen net in opkomst. Maar de ongeschreven deal was: alles kan."

De boys
Het was een dorp waarin de verhoudingen vastlagen. Je had, wat Verhoef in Intermediair noemt, de 'boys', de 'mandarijnen'. De jongens met invloed, met baantjes, met een stuurmans- of kapiteinshut. De Caledonia was ook een 'apenrots'. Student Matti von Berg: "Ik geloof dat we niet zozeer anarchisten waren – dat is wel mooi uitgedrukt – als wel egoïsten. We gaven andere bewoners geen kans." Tot de mandarijnen behoorde ook politicologiestudent Jan in 't Hout. "De SSH had niets in te brengen. We deden echt wat we wilden. Ze durfden nauwelijks aan boord te komen."
Bas Lubberhuizen en In 't Hout organiseerden boekenveilingen met gratis drank. Lubberhuizen haalde lichtbeschadigde boeken uit de opslag van uitgeverij De Bezige Bij, waar vader Geert directeur was. In 't Hout zag nóg een gat in de markt. Binnen een straal van enkele kilometers was geen pak melk te krijgen."Dus begon hij een scheepswinkeltje, met melk, brood, spaghettisaus", zegt Lubberhuizen, die ook in het winkeltje werkte.
Na enkele maanden kreeg Verhoef een van de felst begeerde baantjes, dat van scheepsbarkeeper. Verhoef nu: "Er was een circuitje. Om erbij te horen was het goed een baantje te krijgen." Hij evolueerde al gauw van studentbarman tot barmanstudent. Met de maandelijkse beurzen kon de bar – die kwartaalkredieten gaf en dus ook als bank fungeerde – worden betaald. "We hadden de directeur van de SSH voorgerekend dat er een x-aantal glazen uit een vat ging. Wist hij veel. Er gingen er geloof ik driemaal zoveel uit. De bar bleef open zolang het lonend was." In zomerse nachten dook iedereen naakt in het zwembad. "Deuren open op het achterdek, mooie lichtjes aan de overkant van het IJ, in je blote kont aan de bar..."

Speelhol
Een economiestudent had een hut als speelhol ingericht. "Als je midden in de nacht aan een fruitautomaat wilde trekken, maakte je hem gewoon wakker." Verhoef leerde bridgen op de Caledonia. "Sommigen moesten daarvoor in de steigers worden gehesen. Een legendarisch figuur als de student 'Oude Piet' kreeg eerst zijn glaasje melk, als een patiënt. Zaten we daar in de lounge een doordeweekse middag te verkaarten. Dan denk je niet: hierna komt alles wel weer goed. Eerder: nu komt er nooit meer iets goed!" Het aantal studenten dat regelmatig college liep nam snel af. Bij het ontbijt verschenen velen in ochtendjas, om daarna in de lounge te blijven hangen. Toewijzing van kamers was vriendjespolitiek. SSH-voorzitter Heertje beloofde een onderzoek naar "het slechte moreel". Het is er niet van gekomen.
Ach, het moreel... In 't Hout: "Het moreel was uitstekend! Tja, of de moraal ook zo hoog was?" Bouwman beschrijft een feest met een animeermeisje, dat ze hadden aangesproken op de Zeedijk. Er was ook aan begeleidende acts gedacht: Oude Piet die glas kon eten en een student die veiligheidsspelden door zijn wang prikte. "Zij vormden de achtergrond voor deze dame, die zich totaal verbijsterd aan het uitkleden was. Bovendien begon het hele gezelschap zich van de kleren te ontdoen en er werden schoenen en sokken naar voren gegooid."
De klachten over de beroerde ligplaats werden gehoord. Onder het zingen van de Internationale werd de Caledonia in december 1967 naar het Stenen Hoofd versleept, de pier aan de Westerdoksdijk, enkele minuten fietsen van het Centraal Station. Meisjes konden zich nu ook laten inschepen. Dat leidde tot weer andere problemen. Gingen de bewoners eerst "regelmatig voor luizen en platjes naar de GGD op de Groenburgwal" (Bas Lubberhuizen), in de zomer van 1968 kregen ze te horen dat aan boord geslachtsziekte heerste.

Verloedering
Ook drugs overspoelden de gangboorden van het schip. De 'speedscene' veroverde de dekken. Werkende jongeren vonden op het schip een gedoogklimaat voor hun gebruik én een potentiële afzetmarkt. Student Emiel: "Studenten dachten: leuk, havenarbeiders, glazenwassers." Menigeen werd volgens hem te grazen genomen. De jongens van de straat waren gehaaid genoeg om gebruik te maken van een tolerante ambiance. De code van Emiel en andere dealende studenten was: eerst zaken doen, dan een pijpje roken. "Hún manier van onderhandelen was: iemand stoned maken en dan zeggen: 'Dit is 50 gram', vervolgens de beurs inpikken en links en rechts nog wat lp's." De komst van de harddrugsscene markeerde het begin van de verloedering op de Caledonia. Verhoef over de vrijhaven: "De grote narigheid kwam toen mensen gingen experimenteren met lsd en heroïne. Dealers en hun knechtjes verschenen. Ik heb meegemaakt dat iemand overboord sprong na lsd-gebruik."
In de hippiezomer van 1969 was het schip meer dan 100% overbezet. De lounges en de dekken lagen bezaaid met slaapzakken. Tientallen Damslapers trokken bij regen naar het Stenen Hoofd. Ook verschillende minderjarigen, die de politie van boord haalde. Van de vijf douches werkten er maar drie. Putjes raakten verstopt met gebruikte condooms en drollen. Voorstanders van een pasjescontrole werden in de bewonersvergadering onthaald op hoongelach.
Er kwam een portier. Maar de onttakeling zette door. Onder het oog van een twintigtal kijkers werd de gemeenschappelijke tv 'ter reparatie' meegenomen door twee figuren. Twee professionele slopers begonnen, in afwachting van het definitieve einde, alvast de bouten van de koperen patrijspoorten los te draaien. De Caledonia was een prooi van kakkerlakken. Besloten werd het schip af te stoten. Na vier jaar was het 'feest' voorbij.

Dancing years
Begin 1970, met het gereed komen van de studentenflat Kattenburg, begon de ontruiming en in 1971 kocht de Duitse sloper Eckhardt & Co het schip. Volgens de Algemene Rekenkamer had de huisvesting op het schip de universiteit per jaar per student f 4000,- meer gekost dan in studentenflats.
Sommigen leidden op de Caledonia louter een uitvretersbestaan, concludeert Bouwman. Maar er zijn ook vriendschappen voor het leven gesloten, zegt Verhoef, nu een gelauwerde vertaler. Bas Lubberhuizen en de inmiddels overleden Jan in 't Hout richtten na de Caledonia literair café De Engelbewaarder op, met ook Verhoef achter de tap.
De "dancing years", noemt Verhoef de tijd op de Caledonia. De wilde jaren. "Jongens waren we – maar aardige jongens", citeert hij de eerste regel van Nescio's Titaantjes."Wij hebben er geleefd, dingen meegemaakt die menige veertiger van nu met een keurig bestaan en dito huisvesting nooit heeft meegemaakt en nooit zal meemaken. De Caledonia is voor mij een soort snelkookpan geweest, al was het wel een rem op vlot afstuderen. En als er één conclusie getrokken kan worden in de persoonlijke levenssfeer: velen die er woonden zijn kinderloos gebleven."

HARRY HOSMAN IS JOURNALIST EN PROGRAMMAMAKER. HIJ WERKT AAN HET PROJECT 'AMSTERDAM IN FILM EN TV-SERIE'.