Nummer 9: September 2016

'Op de wegh nae Slooten': een fietstocht28-Sloten

Sloten hoort al bijna een eeuw bij Amsterdam, maar is een aparte, dorpse enclave gebleven, met een eigen landelijke sfeer en mentaliteit. Wie vanaf de Overtoomse Sluis de weg naar Sloten gaat, volgt een oude, legendarische pelgrimsroute. Een weg vol oude verhalen. Het heden wijkt voor het verleden, terwijl de drukte plaatsmaakt voor rust en stilte.


De Slotenaren zijn trots op hun dorp. Zij gaan er prat op dat Sloten twee eeuwen ouder is dan Amsterdam en dankzij de geïsoleerde ligging aan de uiterst zuidwestelijke rand van de stad ook een heel eigen niet-Amsterdams karakter heeft. Sloten is Sloten, zogezegd. Vanuit de binnenstad is het dorp te bereiken met tram 2: vanaf de eindhalte is het nog zo'n minuten lopen naar de kern. De tramrit is volgens National Geographic een van de tien beste ter wereld, een extraatje dus. Wij volgen echter op de fiets de route via de Sloterweg, die Sloten tot ver in de 20ste eeuw verbond met Amsterdam en in de Middeleeuwen deel was van de pelgrimsroute vanuit Haarlem en de rest van Holland richting het Mirakel van Amsterdam in de Kalverstraat.
Onze tocht start bij de Overtoomse Sluis (1), aan de westkant van de Schinkel. Tot ver in de 20ste eeuw begon hier het platteland. De Schinkel vormde tussen 1816 en 1921 de grens tussen Amsterdam en de gemeente Sloten, die bestond uit de dorpen Sloten en Sloterdijk en de buurtschappen Oud Osdorp, Vrije Geer, Overtoomse Buurt en De Baarsjes. Vóór die tijd behoorde het veengebied tot een ambachtsheerlijkheid die in 1529 in het bezit was gekomen van de stad Amsterdam. Volgens de overlevering had ambachtsheer Reinoud III van Brederode (1492-1556) haar met dobbelen verloren aan een van de burgemeesters. Hoe het ook zij, sindsdien viel Sloten en omgeving onder de invloedssfeer van Amsterdam. Een feit waar de bewoners van de oude dorpskern zich nog altijd niet zonder slag of stoot bij wensen neer te leggen.

Kaart
De weg naar de dorpskern van Sloten is lang maar aangenaam. Vrijwel direct passeren we op Sloterkade 21-22 het zorgvuldig geconserveerde Aalsmeerder Veerhuis (2) uit 1634, ook bekend als Herberg de Bonte Os. Het huis zit ingeklemd tussen moderne hoogbouw, maar katapulteert je direct ver het verleden in. Tot diep in de 20ste eeuw was het onderdeel van de levendige Overtoomse Buurt, vol herbergen en ambachtslieden. Oudbouw en nieuwbouw blijven elkaar afwisselen langs de Schinkel. Continu verspringend in hoogte en diepte geven ze de Sloterkade een aangenaam chaotisch aangezicht.
Aan het eind gaat de kade over in de Rijnsburgstraat. Een naam die pas sinds 1978 bestaat, voorheen was dit stukje het begin van de Sloterweg. We stappen er even af om Huis te Vraag (3) te bekijken (open na 11.00 uur), links verscholen in het groen, en misschien wel de meest romantische, verstilde plek van Amsterdam, met al die oude, scheefgezakte graven overwoekerd door klimop. En de kaart komt te voorschijn, want we kunnen opeens niet meer verder: de Sloterweg is pas te bereiken na het doorkruisen van knooppunt De Nieuwe Meer, waar auto's over de A10 en A4 razen. Een lieflijke fietsroute ligt langs de Nieuwe Meer en de Oeverlanden, maar wij nemen de kortere doorsteek over het Aalsmeerplein en de Vlaardingenlaan, onder de snelweg en de metro door en verderop linksaf de Johan Huizingalaan in.

Bijenteelt
Daar aan onze rechterhand ligt dan eindelijk de Sloterweg. Een tikje teleurstellend is hij in eerste instantie wel: waar is het verleden gebleven? Links staat hoogbouw in de vorm van functioneel uitziende kantoren en designhotel Artemis (4). Rechts ligt Park Haagseweg (5), vóór 1990 een sportpark, nu een keurig woonwijkje met straatnamen van jazzmuzikanten. De politieschool die sinds 1969 op Sloterweg 700 was, is in 2014 gesloopt om plaats te maken voor eilandjes met zelfbouwkavels. Wel is de asfaltweg opeens vernauwd, 30 kilometer per uur is het nieuwe maximum. De aparte fietsstrook is verdwenen en een stoep ontbreekt. Wandelaars, fietsers, scooters, auto's, bussen, vrachtwagens en tractoren moeten het smalle wegdek met elkaar zien te delen. Regelmatig dienen tegenliggers elkaar eerst te laten passeren om verder te kunnen gaan. De Sloterweg dwingt geduld en hoffelijkheid af.
Voor de dappere doorfietser ontvouwt zich nu eindelijk de landelijke rust die de polder tot aan de annexatie in 1921 door Amsterdam kenmerkte. Het begint met de paarden bij Manege de Ruif (6). Erachter ligt het Siegerpark (7), vernoemd naar dr. Wilhelm Sieger (1886-1958), directeur van de Amsterdamse Chininefabriek en lid van de Amsterdamse Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt. De fabriek gebruikte het gif van bijen om medicijnen te maken tegen reuma. Sieger vroeg tuinarchitect Jan Bosma een bijenvriendelijke tuin in te richten in Engelse landschapsstijl, met veel exotische bomen. Ernaast kwam nog het Bijenpark met siertuinen en imkertuinen.
Beide werden in 1936 geopend en later uitgebreid, om na de aanleg van de A4 weer in te krimpen. Het Siegerpark was daarna decennialang een kweek- en proeftuin van de Hortus Botanicus en is sinds 1996 een openbaar stadspark. Er staan beeldhouwwerken van onder meer Hildo Krop en André Volten, uitgeleend door het Stedelijk Museum. Het 'oude' Bijenpark (8) (sinds 1965 is er ook het 'nieuwe' bij de Osdorperweg) bestaat nog steeds, verstopt achter de panden van firma Van der Veldt, te herkennen aan de duikboot (op het droge). Ga tussen de twee loodsen door en volg het onverharde weggetje erachter.

Rust
Wij gaan verder. Voorbij volkstuinencomplex Lissabon (9), de rotonde met de brede Anderlechtlaan, het grote Sportpark Sloten (10) met wielercircuit en Velodrome, golfbaan, turnhal, voetbal-, honkbal- en American-footballvelden en dan langs vrijstaande boerderijen en klassiek vormgegeven huizen, van de weg en elkaar gescheiden door groene, boomrijke tuinen en slootjes vol kroos, alleen te bereiken over privébruggetjes. Het is rustig hier. Een belangrijke doorgangsweg is de Sloterweg al sinds begin 16de eeuw niet meer. In 1508 werd de landbrug tussen Haarlem en Sloten door de golven van het Haarlemmermeer weggeslagen. Voortaan ging het verkeer via Sloterdijk. Het gebied bleef voorbehouden aan boeren en andere buitenlui. De Sloterweg was lang een populaire zondagse wandelroute voor veel Amsterdammers, onder wie Rembrandt van Rijn. Weg, dorp en kerk heeft hij meermalen vereeuwigd.
Hoewel de lintbebouwing geen 17de-eeuwse resten meer toont, is de verstilde sfeer die Rembrandt en anderen schetsten nog altijd aanwezig. Dat geldt ook voor de oude dorpskern van Sloten: rechtdoor bij de kruising met de Ditlaar en hobbelend verder over de Sloterweg, die nu bestraat is met klinkers. Links passeren we het Tolhuis (11), waar tot 1923 weggebruikers een paar cent moesten betalen voor ze verder mochten. Rechts staat de Sint-Pancratiuskerk (12) (uit 1901) op de grond van een gelovige boer die zijn boerderij en land aan de Rooms-katholieke Kerk had geschonken. Erachter ligt een begraafplaats, ertegenover café-restaurant Kerkzicht (13) , waar een goed katholiek na de mis even een borreltje ging (gaat?) pakken.

Banpaal
Een scheefhangend bordje verklapt de locatie van de Banpaal (14), goed verborgen achterin een steegje rechts. De banpaal is er een van zes die er ooit rond Amsterdam stonden, de twee andere overgeblevenen staan langs de Amsteldijk en (in Amstelveen) de Amsterdamseweg. Ze gaven tot 1795 de grens aan tot waar het recht van Amsterdam gold – 7,4 kilometer rond de stad. Boeven en ander ongewenst volk die verbannen waren, mochten niet voorbij de paal komen. Die in Sloten heeft wel héél kort dienstgedaan: volgens het opschrift stamt hij uit 1794...
Het opvallend kleine dorp is stil, heel stil. Naar winkels zoek je tevergeefs. Op Sloterweg 1210 zijn nog wel de mooie gebogen etalageruiten van een voormalige kruidenierswinkel (15) te zien. Ook de etalage van de 'vleeschhouwer' op Sloterweg 1233 (16) is dankzij het opschrift nog goed herkenbaar. Het zijn de schamele resten van een ooit bruisende middenstand: rond 1900 waren in Sloten onder meer een bakkerij, loodgieters-/dakdekkersbedrijf, hoefsmederij, slagerij, groentewinkel, melkboer, kruidenier, tabakszaak, ijzerwarenhandel, smederij, kapper en timmermanswerkplaats te vinden. En natuurlijk diverse café's, mede dankzij de drooglegging van het nabijgelegen Haarlemmermeer: de vele polderwerkers hielden wel van een glaasje. Net als de dagjesmensen, die met de paardentram vanuit Amsterdam het eeuwenlang als onmogelijk beschouwde project kwamen bewonderen.
Één van die café's was op de plek van het huidige Dorpsplein (17). Dat ontstond in de 20ste eeuw door de sloop van twee 17e-eeuwse panden, waaronder het Rechthuis annex de herberg (Sloterweg 1030). Volgens het naambordje is het "gelegen boven een terp die omstreeks 1175 is gesticht". Er staat een huisje waarin tot in de jaren 1980 het kleinste politiebureau van Nederland zat, met een cel waar voornamelijk dronken dorpelingen hun roes uitsliepen. Ernaast valt een niet-werkende brandmelder op (Amsterdamse School, ontwerp 1927), waar ooit de wél werkende dorpspomp stond, die is verhuisd naar het midden van het pleintje.

Drukte
Achter het dorpsplein is een tweede kerk zichtbaar, de Sloterkerk (18), de opvolger van het alleroudste kerkje van 'Sloton', zoals het plaatsje ooit voor het eerst in een document uit 1063 vermeld staat. De locatie van dat eerste godshuis is zoek, pas rond 1200 kwam de Sloterkerk op de huidige plek te staan; in 1573 werd de kerk door de geuzen verwoest. De nieuwe versie is door Rembrandt vereeuwigd, maar wist de tand des tijds niet te doorstaan en is in 1860 weer vervangen door de huidige protestantse Sloterkerk. Je kunt er omheen en komt dan de voormalige pastorie uit 1909 tegen, met in de achtertuin verscholen de 'Rooie Reus', een knobbelige, monumentale beuk die door Het Parool is uitgeroepen tot de mooiste boom van Amsterdam.
Terug naar de voorkant van de kerk, de Osdorperweg oversteken en via de Nieuwe Akerweg naar de Akerpolderstraat met het voormalige Wees- en Armenhuis (19), nu een appartementencomplex voor jongeren. Aan het einde ligt weer de Sloterweg. Links is de Lies Bakhuyzenlaan met de ingang van het park van de Vereniging Amateur Tuinders (20), gesticht in 1919. Rechtsaf de Sloterweg op passeren we al snel de Speeltuin Sloten (21), in 1921 opgericht door bezorgde Slotense winkeliers en zakenlieden. Ze vonden het niet meer verantwoord om de kinderen op straat te laten spelen. Sloten werd in die tijd drukker en drukker, aangezien het toen dé doorgangsroute was voor de nieuwe Haarlemmermeerpolder, waarin Badhoevedorp en Schiphol een plekje hadden gevonden. De voortdurende expansiedrift van Amsterdam, dat in datzelfde jaar Sloten annexeerde, deed bovendien vrezen voor de toekomst.
Die vrees werd bewaarheid. Om het dorpse Sloten heen is de wereld ingrijpend veranderd. De A4 deed de verkeersdruk op de Sloterweg weliswaar afnemen, maar met de aanleg van de Westelijke Tuinsteden vanaf de jaren vijftig rukte de stad steeds verder op. In 1962 richtten dorpelingen de Dorpsraad Sloten-Oud Osdorp op om de belangen van de oude dorpen en het landelijke gebied te kunnen verdedigen. De Slotenaren strijden sindsdien onvermoeibaar voor behoud van het historische karakter van hun dorp.

De Vrije Geer
Soms creëren ze daarbij zelfs nieuw verleden. Zo verrees in 1991 bij het einde van de Sloterweg de Molen van Sloten (22), al snel een belangrijke publiekstrekker. Op een molenromp uit 1847 uit de Watergraafsmeer is een nieuwe bakstenen onderbouw geplaatst. Ook de kap en de wieken zijn nieuw. De molen is in 2005 uitgebreid met het Kuiperijmuseum, waarvan de houten gevel is geschilderd in traditioneel Zaans groen.
De dorpsraad wist ook authentiek Slotens verleden te redden uit de klauwen van de gemeente en de projectontwikkelaars: het 'Weilandje van Sloten', het laatste stukje van het veenweidegebied dat zich vroeger uitstrekte tussen Amsterdam en Sloten. In de jaren 1990 verrees ten westen van Sloten nieuwbouwwijk De Aker (23), te zien aan de overkant van de Slotervaart, die hier uitmondt in de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder, precies waar de Molen van Sloten ligt. De wijk is te bereiken over de Akersluis (24). Aan de noord- en oostkant dreigde de woonwijk Nieuw Sloten de oude dorpskern aan de noord- en oostzijde geheel te gaan omklemmen. Ook zou er een tramverbinding komen tussen Nieuw Sloten en De Aker. Het weilandje kwam daarmee in gevaar.
Dorpelingen onder leiding van ideeënman en filmproducent P. Hans Frankfurther wisten voldoende handtekeningen te verzamelen om een referendum af te dwingen. Op 17 mei 1995 koos de overgrote meerderheid van de stemmers tegen bebouwing, waarmee het weilandje was gered. Tegenwoordig heet het Natuurpark Vrije Geer (25); de naam verwijst naar de driehoekige heerlijkheid die hier tot 1795 lag en was vrijgesteld van bepaalde belastingen aan de graven van Holland. Het is te bereiken door vlak voor de Akersluis rechtsaf te slaan en de Plesmanlaan over te steken. Fiets door over het weggetje de Vrije Geer en loop links het onverharde pad op. Zo moet Sloten en omgeving er eeuwenlang uit hebben gezien. Alsof er dadelijk weer een middeleeuwse pelgrim aan komt lopen.


EMMA LOS IS HISTORICA.