Nummer 10: oktober 2014

10-2014 Indos-1-menigteBijna 65 jaar geleden dromden op de Dam honderden Amsterdammers met Indische wortels samen om getuige te zijn van een historisch moment: de soevereiniteitsoverdracht aan de  onafhankelijke staat Indonesië. Nog altijd zijn overal in de stad sporen van het koloniale verleden zichtbaar. Peter Schumacher stippelde een route uit.

De statistieken leren dat Amsterdam in vergelijking met Den Haag heel wat meer bewoners heeft met hun wortels in Nederlands-Indië. De meesten vestigden zich in de jaren vijftig in de nieuwe wijk Slotermeer. De bekende Indische schrijver en journalist Tjalie Robinson heeft er met zijn gezin acht jaar gewoond. Van die Indische ‘kampong’ zijn weinig sporen terug te vinden. Maar elders in de stad nog wel. Op stap met Peter Schumacher.

Laten we beginnen bij Gebouw Batavia (1), bijna naast de Sint-Nicolaaskerk schuin tegenover het Centraal Station. In 1920 gebouwd in Amsterdamse Schoolstijl door Jan Slot voor de NV Batavia Arak Maatschappij, importeur van onder meer de sterkedrank arak. Tot ver na de oorlog zat er vervolgens de Insulaire Handelmaatschappij, die voornamelijk gericht was op de West. Op de begane grond is nu Café Batavia 1920. Met wat moeite herkennen we boven de pui bijna onzichtbaar geworden ornamenten: links en rechts twee groepen van drie aapjes, ieder ‘bewaakt’ door een olifant. Restauratie is hoognodig!
De achterkant kijkt uit op de Oudezijds Kolk en de Schreierstoren (2), waar volgens de overlevering zeemansvrouwen stonden te huilen als hun mannen met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) naar Indië voeren. (Dat zal best, maar verklaart overigens niet de naam van de toren.) En deel van die uitvarende mannen legde daarginds de basis voor wat uitgroeide tot de Indo-Europese gemeenschap, waarvan het grootste deel zich inmiddels weer in Nederland heeft gevestigd. Hun aanwezigheid in Amsterdam heeft ervoor gezorgd dat er een aantrekkelijke Chinese wijk is ontstaan rond de Nieuwmarkt. Er kwamen steeds meer Chinees-Indische restaurants. Maar ook Indonesische toko’s en afhaalcentra, zoals op de Nieuwmarkt Toko Joyce (3). Hier zit de toko sinds 1998, maar de vader van Joyce begon de zaak in 1970 als rondrijdend afhaalcentrum in Nieuw-West.
Even verder, in de Nieuwe Hoogstraat, staat het Oost-Indisch Huis (4) uit 1606, nu onderdeel van de UvA, maar ooit het administratieve centrum van de VOC. Een paar huizen verder zit  boekenantiquariaat Kok (5), met de grootste verzameling tweedehands boeken over Indische zaken. Nu rechtdoor en aan de overkant van de brug rechtsaf de Oudezijds Voorburgwal op tot voorbij de Oude Kerk, linksaf de Lange Niezel in, de Warmoesstraat oversteken en het Damrak en door een steeg nog verder westwaarts tot aan de overkant van de Nieuwezijds Voorburgwal. Daar op het adres Korte Korsjespoortsteeg 8 trok van 1955 tot 1988 het boekenantiquariaat van anarchist, antimilitarist en seksueel hervormer Gé Nabrink (6) (1903-1993), gespecialiseerd in ‘oriëntalia’,  liefhebbers van over de hele wereld.

Soevereiniteitsoverdracht
Rechtdoor in de Korsjepoortsteeg op nummer 20 is het Multatuli Museum (7), sinds 1975 gevestigd in het huis waar Eduard Douwes Dekker in 1820 geboren werd. Onder zijn pseudoniem Multatuli schreef hij onder meer Max Havelaar (1860). Het beroemde boek is een felle aanklacht tegen het Nederlandse koloniale bewind, waar de schrijver als bestuursambtenaar deel van had uitgemaakt. Het is maar een klein museum van twee kamers, gerund door het Multatuli Genootschap, dat twee maal per jaar het tijdschrift Over Multatuli  uitgeeft. Terug naar het Singel ontwaren we daar rechtsaf in de verte het machtige borstbeeld (8) van Multatuli op de Torensluis. In 1987, een eeuw na Douwes Dekkers dood, werd het onthuld door de koningin Beatrix. Het is gemaakt door Hans Bayens (1924-2003).
Via de Torensteeg en de Molsteeg bereiken we weer de Nieuwezijds Voorburgwal, waar wij rechts afslaan langs de achterkant van het Paleis op de Dam (9). Ook voor mensen met een Indische achtergrond is dit een historische plek: op 27 december 1949 tekenden koningin Juliana en vice-president Mohammed Hatta van Indonesië hier het verdrag waarbij Nederland de soevereiniteit overdroeg aan de nieuwe onafhankelijke staat Indonesië.
Op weg naar de Vijzelstraat passeren we op de Nieuwezijds vlak voor het Spui het grootste Indonesische restaurant in het centrum: Kantjil & de Tijger (10). Via het Koningsplein en een stukje Leidsestraat slaan we links de oneven kant van de Keizersgracht in. Op nummer 493 is een galerie in en hoog en breed pand met in grote letters INDIË (11) op de gevel: een voormalig pakhuis (1859) van de toenmalige Nederlandse Handel Maatschappij (NHM). Die zat destijds nog op de Herengracht, maar verhuisde in 1926 naar het enorme gebouw De Bazel (12) in de Vijzelstraat waar sinds 2007 het Stadsarchief is ondergebracht. De huidige naam ontleent de kolos aan zijn ontwerper Karel de Bazel.

Geldtempel
Als theosoof en vrijmetselaar heeft hij tal van theosofische, Indische en maçonnieke ideeën in zijn ontwerp verwerkt. Hij zou vooral gedacht hebben aan de beroemde Boroboedoer op Java. “Alle elementen bij elkaar genomen wijzen erop dat De Bazel het gebouw van de NHM heeft vormgegeven als een ‘geldtempel’. Het belangrijkste cultuursymbool van Indië is de boeddhistische tempel Boroboedoer. Wanneer men de bouwstructuur van deze tempel analyseert, ziet men die weerspiegeld in het NHM-Gebouw”, schrijft kunsthistoricus Marty Bax over hem. Een vergelijking met Indische spekkoek vol licht- en donkerbruine laagjes wordt ook vaak gemaakt.
Aan weerszijden van de ingang waken mystieke, oosterse vrouwenfiguren en als eerbetoon aan de bedwingers en uitbaters van ons Indië staan hoog boven de straat drie martiale figuren: de voormalige gouverneurs-generaal Jan Pietersz. Coen, Herman Willem Daendels en Joannes Benedictus van Heutsz. Voor wie meer over de historie van De Bazel wil weten, is een rondleiding op zondag (tevoren aanmelden) aan te bevelen.
De Vijzelstraat vervolgend gaan we aan de overkant van de Prinsengracht rechtsaf en bij de volgende brug linksaf de Spiegelgracht op. Tribal Design (13) op nummer 8 is een grote galerie met indrukwekkende etnische kunst uit Nieuw-Guinea. Aan het eind van het grachtje zien we al het Rijksmuseum. Binnen is een bezoek aan de kamer met de geschilderde Javaanse vorsten zeer de moeite waard. Ook hangt hier werk van de 19de-eeuwse Indonesische schilder Raden Saleh.
We gaan door de Jan Luijkenstraat naar Van Eeghenlaan 11. Daar hield de Molukse ‘tante’ Marie Reawaruw (14) een pension, van waaruit tijdens de oorlog Indonesische studenten verzetsdaden pleegden, zoals het vervoeren van Joodse kinderen naar onderduikadressen. Afgelopen 4 mei was hier nog een door schrijver Herman Keppy georganiseerde herdenkingsbijeenkomst om alle Indonesische, Molukse en Indische verzetsmensen te eren.

Strijd om Van Heutsz
Het voormalige Indonesisch consulaat (15) is onze volgende bestemming. Eerst naar de Koninginneweg en dan zo’n 200 meter na het politiebureau links de Brachthuijzerstraat in, waar het consulaat (op nummer 4) in december 1975 werd bezet door gewapende Molukkers, gelijk met de kaping van een trein bij Wijster. Een Indonesische medewerker sprong uit angst uit het raam en vond daarbij de dood. Nog steeds zit hier een Indonesisch handelskantoor, dagelijks wappert er de nationale rood-witte vlag. De Valeriusstraat leidt ons naar het Valeriusplein. Links aan de andere kant van de De Lairessestraat zien we het Amsterdams Lyceum. Als we daar de poort onderdoor gaan, staan we voor het Monument Indië-Nederland (16), voorheen het Van Heutsz Monument uit 1935.
Al toen koningin Wilhelmina het onthulde, was Van Heutsz een omstreden figuur. Vooral socialisten en communisten vonden het schandalig dat deze man, die zo wreed was opgetreden bij de pacificatie van Aceh (vroeger Atjeh) op Sumatra, een dergelijk eerbetoon kreeg. In 1967 pleegden provo’s een bomaanslag op het beeld, maar pas in de jaren negentig ontbrandde een serieuze discussie over een mogelijke afbraak of verbouwing met een andere naam. Het werd het laatste, uitgevoerd door de kunstenaar Jan Kleingeld. Sinds een kleine tien jaar heet het monument: Monument Indië-Nederland 1596-1945-1949.
Op een tekstbord schrijft de stadsdeelraad Oud-Zuid dat het monument ons moet herinneren aan de Nederlandse aanwezigheid in de Indische Archipel. “Een tijdvak dat begon met de aankomst van Cornelis Houtman in 1596 en eindigde met de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië aan de Verenigde Staten van Indonesië in 1949. Met het vermelden van het jaartal 1945 wordt de Proklamasi van Soekarno in 1945 erkend.”
De prachtige Indische reliëfs van beeldhouder Frits van Hall zijn gebleven. Toegevoegd is een aantal gele bakstenen zuilen met jaartallen en afbeeldingen van ondermeer een vulkaan, een haven en een koffieplukster. Het opvallendst is een tekening die verwijst naar de vrijheidsstrijd en de leus: AWAS Moeslihat Moesoeh, wat zo veel betekend als ‘Pas op voor vijandelijke misleiding’. Scholieren van het Amsterdams Lyceum zitten graag aan de vijver met klaterende fontein. Officiële herdenkingen worden hier niet gehouden.
Nu zin in Indonesisch eten? Het is nog maar een kwartiertje lopen naar Toko Kok Kita (afhaal), Amstelveenseweg 166 en even verder op nummer 158-160 restaurant Blauw.

Tekst: Peter Schumacher. Is schrijver en journalist.