Dagboek Maurits Jacob van Lennep

Maurits van LennepTEKST: Dr. Marita Mathijsen (UvA)

Het omvangrijke dagboek van Maurits Jacob van Lennep (1830-1913) is een goudmijn voor onderzoekers van de negentiende eeuw, met name als het gaat om roddels over de betere kringen. Het wordt bewaard in het Stadsarchief van Amsterdam en het is daar gedigitaliseerd, maar de digitale versies van het Stadsarchief zijn niet doorzoekbaar (PA 238 537-540). Bij de familie Van Lennep wordt een volledig typoscript van het dagboek bewaard dat een kleindochter van Maurits Jacob gemaakt heeft (het omvat bijna 1 miljoen woorden, 1370 uitgetypte pagina’s). Door de medewerking van de Stichting Van Lennep en Ewoud Sanders heb ik ervoor kunnen zorgen dat dit document nu in een pdf en een (ingelezen) word-bestand op de website www.vanlennep.nl/dagboeken beschikbaar is gekomen voor iedereen.

Maurits van Lennep was een zoon van de bekende romanschrijver, historicus en rijksadvocaat Jacob van Lennep. Hijzelf was onder meer advocaat in Amsterdam, later rijksadvocaat, officier van justitie, raadsheer bij het gerechtshof in Amsterdam en lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Hij hoorde tot de hoogstaangeslagenen in Noord-Holland. Een deel van zijn kapitaal zal ingebracht zijn door zijn vrouw, Carolina van Loon, die tot een van de meest vooraanstaande families van Amsterdam hoorde. Hij woonde een paar jaar in Nijmegen, maar het grootste deel van zijn leven bracht hij door in Amsterdam. Daar woonde hij op stand: op de Prinsengracht bij de Amstel. Aan het eind van zijn leven reisde hij veel.
Maurits van Lennep schreef zijn autobiografie aan de hand van door hem bijgehouden dagboeken, op verzoek van een van zijn zonen. Nadat hij de mémoires voltooid had, vernietigde hij de oorspronkelijke dagboeken. Maar ik krijg niet de indruk dat hij die oorspronkelijken gecensureerd heeft. Het dagboek staat stampvol met achterklap over minnaressen, onechte kinderen, malversaties met financiën, dronkenschap, speelzucht, zelfmoorden en oplichterijen, en dan vooral over mensen uit de betere kringen, uit de eerste en tweede coterie, om die indeling aan te houden. Maar over de minnaressen van zijn vader tref ik niets aan... Over een gewaande onechte zoon van Willem II, een zekere Van Vessum, schrijft hij dat die elke vrouw om zijn vingers kon winden. Hij slaagde erin ‘Mevrouw Luden van Lynden (...) zo gepassioneerd te maken dat zij zich op het hooi in de stallen des Konings op het Singel herhaaldelijk aan hem overgaf’. Tot iemand haar man waarschuwde, die met zijn vrouw naar Parijs verhuisde, waar hij vervolgens een maîtresse nam en zijn fortuin aan haar vermaakte ‘zodat zijn weduwe nu armoede lijdt’ – aldus Van Lennep in 1855.

         Ook vindt men in het dagboek allerlei details over ziektes (wormen, aambeien, jicht), eetgewoonten, onderwijs, reismogelijkheden en dergelijke. Ik heb er zelf het een en ander aan ontleend over de onwetendheid van meisjes uit de hogere kringen over wat het huwelijk in lichamelijk opzicht inhield. Wie iets bepaalds zoekt hoeft maar een trefwoord in te tikken in de pdf-versie en de passages rollen te voorschijn. Dat geldt ook voor namen: zoek maar eens op Borski of Six, en veelzeggende roddels dienen zich aan.

Het dagboek kan vrij geciteerd worden door onderzoekers. Wel dient men zich te realiseren dat het twintigste-eeuwse typoscript tikfouten kan bevatten, en dat er in het ongecorrigeerde word-bestand bovendien inleesfouten staan. Voor het origineel raadpleegt men de digitale versie in het Amsterdams stadsarchief.

Marita Mathijsen