Antiquaar Louis Putman overleden

Putman klnWat gisterenmiddag (donderdag 22 augustus 2013) bedoeld was als onbekommerd vrolijke presentatie van een een fraai boekje met oude Amsterdamse prentbriefkaarten uit de collectie van antiquaar Louis Putman (bijna 89), werd een -  toch nog behoorlijk opgewekte - viering van Putmans leven en werk. Want afgelopen dinsdagavond laat  overleed hij (bijna 90) onverwacht in zijn slaap, in verzorgingshuis De Flesseman, vlakbij zijn antiquariaat aan het Rusland.

Gelukkig konden zijn intimi ons nog vertellen dat hij die middag nog uiterst opgewekt op zijn praatstoel had gzeten, en erg content was met het boek, en met het grote artikel daarover in Het Parool van afgelopen zaterdag. Al had hij dar wel twee aanmerkingen op: hij haatte het woord 'ansichtkaart': dat is een germanisme, prentbriefkaart moet het zijn! En ten tweede was hij pas 89. nog lang geen 92!

Voor mijzelf werd hij een begrip sinds ik in 1975 in de Jordaan kwam wonen. Vlakbij mijn  huis. op de Prinsengracht tegenover de Reestraat, ontdekte ik zijn kleine volgestouwde winkeltje, met op ds stoep een standaard met oude prentbriefkaarrten. De winkel leek net als de kleine gekromde winkelier uit de tijd van Dickens te stammen. Pas nu weet ik dat zijn antiquariaat toen pas vier jaar bestond en dat hijn toen niet ouder was dan 52.
Op zaterdagmiddagen oefende Putmans hol een magische aantrekkingskracht op mij uit. Als armlastig geschiedenisstudent kon ik dankzij Putman menig vriend blij verrassen met bijvoorbeeld unieke gele boekjes uit de Kanarie-reeks (sinds 1940) met titels als ''Geld verdienen met een schrijfmachine', 'Zo slaag ik  als man', 'Wat een kantoorbediende moet weten' ,  'Zo slaagt een meisje op kantoor'. 'Geld verdienen met het schrijven van persartikelen', 'Zo overwint uverlegenheid', 'Een vergadering leiden', 'Prettig dansen leren' en 'Wat jongegehuwden moeten weten' .  Eerst las ik ze natuurlijk allemaal zelf en zeker nr.62 ('Hoe krijgt u een beter en gevulder figuur') bleek aan mij besteed. Ja, Putman had een antenne voor amusante trivia. Ook voor brochured. pamflettten en blaadjes van obscure politieke partijtjje en vakbonden kon je bij hem terecht, en allemaal heel betaalbaar. Een van mijn mooiste aanwinsten was bijvoorbeeld het Rapport van de Gemeenteliijke Commissie ter Bestudeering van het Dansvragstuk uit de jaren twintig. De dure eerste drukken van de hoge literatuur had hij natuurlijk ook, op de planken van de donkerbruine kasten. Daar keek ik geregeld begerig naar.
Nadat Putman (gedwongen door stadsvernieuwing) naar het Rusland verhuisde, kwam ik er niet zo vaak meer, want daar moest je aanbellen. (Het was een wat ruigere buurt, em Putman was de jongste niet meer.)  Dat was voor mj toch een drempel.  Maar als ik een gerichte zoekvraag had, overwon ik nu en dan mijn schroom, en zelden zonder succes.

Tijdens de bijeenkomst van gisteren leerde ik via de verhalen van zijn intimii nog een heel andere Louis Putman kennen. Ja, het was een Eigenheimer en gewoonlijk een man van weinig woorden, maar toch veel minder solitair dan ik lange tijd dacht. Wie zijn eigen verzamelpassie met hem deelde, merkte dat Putman al heel veel van dat onderwerp wist en er geanimeerd over meepraatte. Dan leende hij zijn topstukken ook onbekommerd uit: "Ik zie wel wanneer ik het terugkrijg." Jarenlang nam hij ook deel aan de geanimeerde literaire groepsreizen di uitgever Bas Lubberhuizen organiseerde langs oude Europeze steden.En sterker nog: met op den duur wel zo'n 20 jonge vrienden dineerde hij, in zijn beste pak, ieder jaar op zijn verjaardag op 17 september.  Dan vertelde hij af en toe ook over zijn gevarieerde leven in de vele jaren voordat hij antiquaar werd, zoals hij onlangs ook deed tegenover een verslaggeefster van buurtkrant OpNieuw.

Wat een  man! En wat jammer dat ik hem bij leven niet beter gekend heb. Maar die vele mooie snuffel-uren in zijn winkeltjes, die neemt niemand me af.

Helaas, dat komt nooit meer terug. Maar een troost is dat Putman kort voor zijn dood zijn hele collectie (inclusief zijn gigantische prentbrifkaartenverzameling) schonk aan de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam op de Oude Turfmarkt.

Peter-Paul de Baar