Amsterdam 125 jaar geleden, 6 augustus 1888:

Nederland gaat tegenwoordig gebukt onder een ‘wedstrijd-manie’, verzucht een ingezonden-briefschrijver in Het Nieuws van den Dag.

De ene krant  na de andere begint een sportrubriek. Dat juicht de schrijver in zoverre toe dat die wedstrijdverslagen nu niet meer de gewone nieuwskolommen vervuilen. Maar papierverspilling is het natuurlijk wel.  En verontrustend blijft het dat zo veel Nederlanders zo’n fanatieke belangstelling hebben voor de “reeks van al de wielerwedstrijden, harddraverijen, gymnastiekconcoursen, en de in cognacdamp opgaande biljart-matches”.

“Aan te wijzen dat de wedstrijd-manie, gelijk een besmettelijke ziekte, niet slechts onze groote steden, maar ook onze kleinste dorpen, ja reeds het geheele platteland heeft aangetast — kan overbodig geacht worden. Maar iets anders is het, na te gaan hoe de wedstrijd-manie zoo ongemerkt, zelfs onder vreemden naam, alle lagen onzer maatschappij doordrong en gekoesterd wordt — misschien nolens volens — ook door diegenen, die overigens tot de ernstige lieden willen gerekend worden.”