Bureau J.D. Meijerplein, afl. 1: Oranjefurie 1887

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Juni 01, 2017    
415   0   0   0   0   0

 

Waterlooplein 1900In het juninummer 2017 van Ons Amsterdam schetsten we een portret van het politiebureau Jonas Daniël Meijerplein, dat 50 jaar geleden werd gesloopt ten behoeve van de bouw van de Ijtunnel, nadat het een volle eeuw had bestaan. In veel opzichten leek het dageljks leven hier op dat in heel wat andere Amsterdamse politiebureau.  Toch weerspiegelde het ook het bijzondere karakter van de naaste omgeving: de Amsterdamse ‘Jodenhoek’. 
Over ‘Bureau Meijerplein’—zoals het gemeenzaam werd genoemd – verzamelden we veel meer getuigenissen dan we in het blad kwijt konden. Daarvan willen we u hier alsnog  enkele fragmenten laten zien,  in enkele etappes en in min of  meer chronologische volgorde.

Vandaag allereerst:  de 'Oranjefurie' van 1887. (Matten op het Waterloople

 

De ‘Oranjefurie;  van 1887
Een niet al te verheffende rol  speelden de agenten van het Meijerplein tijdens de 'Oranjefurie' in februari 1887, toen de 70ste verjaardag van koning Willem III werd gevierd. In de oude Jodenbuurt waren de Oranjes traditioneel heel populair:  dat dateerde al uit de tijd van de stadhouders, die (mede als dank voor leningen die de rijkste joden verschaften) geregeld een beschermende rol ten opzichte van de joodse gemeenschap hadden gespeeld. 
Binnen de opkomende socialistische beweging werd het Koningshuis echter diep gehaat, en zeker de autocratische Willem III.  De Koning was symbool van de hele overheid, die de armoede en woonellende bewust in stand hield en oppositie onderdrukte.  En maand eerder was socialistenleider Ferdinand Domela Nieuwenhuis naar de gevangenis gestuurd wegens vermeende majesteitsschennis en bij zijn aanhang zet de wrok daarover diep. De socialisten waren vooral sterk vertegenwoordigd in de Jordaan, al waren ze ook daar een minderheid.  Daartegenover stonden met name de bewoners van de Willemsstraat, waar Willem III juist als godheid werd geeerd – ook vanwege de mythe dat hij persoonlijk opdracht had gegeven de gore Goudsbloemgracht in de relatief propere Wilemsstraat om te vormen.


Kort te voren was de fel anti-orangistische brochure Koning Gorilla vesrchenen. Die was o.a. verkrijgbaar bij de rode boekhandelaren Jan Fortuijn (tevens voorzitter van de Amsterdamse afdeling van Domela’s partijtje, de SDB) in de Tuinstraat en Karel Bos in de Hazenstraat.  Hun zaken werden door een woeste menigte ‘oranjeklanten’ belegerd en geplunderd.  
Op dinsdag 22 februari richtte de collectieve agressie zich op het café De Leeuw van Waterloo van Piet Penning op het Waterlooplein, een van de toen nog zeer weinige socialisten in de Jodenhoek.  Tegen de avond  trok een menigte Willemsstraters daar naar toe, waarbij een aantal Jodenhoekers zich aansloot. Bij Penning drong het gerucht van komst door en hij porde snel een groepje potige stamgasten/partijgenoten op. Een van hen was R.A. Oosterhout, in kort erna in een brochure een ooggetuigeverslag gaf.  De politiei, zchrijft hij, vroeg Pennings vrienden naar huis te gaan, want de politie zou wel voor de veilgheid van Penning en zijn bierhuis zorg dragen.  Enkele “vreesachtige” vertrokken inderdaad, maar de meeste hadden er geen vertrouwen in. Even later arriveerde de kolossale stoet socialistenhaters en werden de eerste ruiten ingegooid.  Toen de verdedigers een uitval probeerden te doen werden ze door de politie met de blanke sabel teruggeslagen>  “De agenten gingen nu met hun sabels de roeden der deuren stuk slaan, en de laatste zelfs intrappen. Zij stormden het gebouw in en dwongen de socialisten door sabelhouwen dit te verlaten. Een verwoed gevecht tusschen de socialisten en de bestormers. Die hadden een offensief verbond gesloten met de smerissen.  Alles was een wapen. Keisteenen en bierglazen kruisten elkander in de lucht.  Eene vrouw stond vooraan onder de verdedigers. De socialisten waren intussen tot de tweede helft van de zaal teruggetrokken.  Met steenworpen werden de lampen en met een stoel de spiegel verbrijzeld 
Wie zich onder het biljart verscholen had, werd er met sabelhouwen onderuit verdreven en toen er geen socialisten meer in het gebouw waren, werden door de agenten de bierglazen die nog op het rek hingen met den sabel stukgeslagen en de bierpomp vernielod. Een ruit der boekenkast werd door een agent stukgeslagen, en het nichtje van den heer Penning door een agent door de andere ruit gerukt. De laatste lamp werd op straat geworpen.
En de orde was hersteld.”

Powered by JReviews