Kleindochter wethouder De Miranda bespreekt echec 'woonschool' Asterdorp met haar opa Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Februari 20, 2016    
1762   0   0   0   0   0

Dossiers

Asterdorp. Een Amsterdamse geschiedenis van verheffing en vernedering: onder die titel schreef Stephan Steinmetz een meeslepend boek, waarmee hij op 18 maart de titel van doctor behaalde aan de Universiteit van Amsterdam. Het gaat om de van 1927 tot 1940 bestaande ‘woonschool’ in Amsterdam-Noord, waar zogeheten ‘onmaatschappelijken’ of ‘ontoelaatbaren’ ‘het wonen moesten leren’.
AsterdorpTwee hoofdrolspelers in deze op zich goedbedoelde ramp waren SDAP-wethouder Monne de Miranda en zijn dochter Flora de Miranda, woningopzichteres in o.a. Asterdop. Kleindochter/dochter Hannie Raaff, die zelf de maatschappelijk werkers van nu opleidt, hield bij de boekpresentatie een fantastische voordracht, waarin zij met haar voorgeslacht het project evalueerde. Met haar toestemming presenteren wij u haar verhaal hier integraal.

Natuurlijk voel ik me vereerd dat ik het eerste exemplaar van Asterdorp in ontvangst mag nemen, maar het geeft me ook het gevoel van ‘wie ben ik dat ik dit doen mag’. Het waren mijn grootvader en mijn moeder die een hoofdrol spelen in Stephans boek. En die zijn er al lang niet meer. Voorouderverering is niets voor een seculiere jood als ik, maar toch ging ik bij ze te rade.

- Hallo, Opa Monne! Kijk, er is een prachtig boek verschenen, een proefschrift over Asterdorp! In 2016!

- Wat is dat nou voor ongein! Asterdorp, dat was een schandvlek, een waanidee van die bloedlijer van ‘n directeur Keppler! Wat heeft die proleet mijn dagen versjteert. Mooi idee om mensen herop te voeden tot nette arbeiders, maar het werkte niet en dan moet je erkennen dat je idealen niet werken. En die de miesjgasser van een Keppler kon dat niet toegeven. Kon die jongen van Steinmetz (is het een jid trouwens?) niet op wat anders promoveren? Op mijn bad en zweminrichtingen bijvoorbeeld?

- Nou Opa, in één badhuis wordt nu bier gebrouwen, een ander is een leuk restaurant. Het Amstelbad is na de oorlog het De Mirandabad geworden. Maar dat heeft een slechte naam gekregen omdat opgeschoten jongens meisjes lastig vielen in de badhokjes. En onder water. En de badmeesters kregen ze niet te pakken.

- Niet te pakken? De sjlemielen! De labbekakken! Een hengst met de hengel moet je die rotzakken geven!

Je ziet, Stephan, het verheffingswerk van Wibaut heeft weinig invloed op mijn grootvader gehad. En wat zegt zijn dochter Flora, mijn moeder dus, over Asterdorp?

- Een promotie over Asterdorp? Waarom niet over de Toeslagwijken? Daar heb ik ook gewerkt, van begin jaren vijftig tot eind jaren zestig… Dat was ook geen succes, maar beter dan Asterdorp.

Weet je wat het was, kind, we hadden nog niet zo veel ervaring.
In de tijd van Wibaut, Vader en ook Keppler, werden in Amsterdam honderden huizen gebouwd voor de arbeiders. Schitterende huizen, zeker voor die tijd. Het was, samen met algemeen kiesrecht en achturige werkdag, het grootste doel van de arbeidersbeweging. Luister maar:

Dat vrede heers dat welstand bloei
Dat vreugd en hope eens doorgloei
Des werkers huis des werkers leven
Dat is het doel waarna wij streven…..

Het ergst denkbare was dat die zwak-sociale gezinnen, of de ‘ontoelaatbaren’, zoals we dat noemden, die buurten zouden versjteren. De nette arbeiders moesten toch al veel huur betalen. We dachten dat het een oplossing was om ze apart te zetten en op te voeden. Een gezinshuis. En ik werd daar assistent-opzichteres, in 1927. Vers van de School voor Maatschappelijk Werk -- en die bestond ook nog maar net. Wisten wij veel. Ik ben er ontslagen omdat ik de mensen waarschuwde dat ze controle kregen. Moeten al die ouwe koeien nu weer uit de sloot gehaald worden?

Ja, Mam, die koeien moeten uit de sloot.

Mijn opa, geboren in 1875, maakte en kraakte het beleid rond Asterdorp, Mijn moeder, geboren in 1907, deed de uitvoering van het werk en ik, geboren in 1947, houdt me bezig met de opleiding van de hedendaagse uitvoerders. En ik stel de vraag: Wat kunnen we in deze tijd leren van de fouten die op Asterdorp gemaakt zijn?

Na veertig jaar keer ik terug naar Amsterdam, mijn roots. Ik verkoop mijn huis met tuin in Maastricht en kan voor dat geld een driekamer-flatje krijgen in Amsterdam. Voor ik maar ook één voet binnen zet, vallen veel woningen bij voorbaat af. Rondslingerend vuil en hondenpoep op straat? Scheef geparkeerde auto’s op de stoep? Galerij vol kapotte fietsen? Enge jongens in zwarte jacks met een bontkraag? Oranje slingers van huis tot huis gespannen? Schotelantennes en portretten van Geert Wilders? Hier wil ik niet wonen, ook al krijg ik hier nog zo’n mooie keuken!

Ik ben ondanks mijn linkse opvoeding net zo erg als u. We willen wel met de buren op de stoep van de Herengracht en de Entrepotdok zitten, met witte wijn en een olijfje. Maar niet met buren op een krat bier, met Marco Bossato die uit de gettoblaster schalt, kinderen die tot midden in de nacht voetballen tegen de blinde muur schieten en honden die in de binnentuin kakken.

En de nette arbeiders die in de jaren twintig van de vorige eeuw een nette woning kregen, konden nog hele andere buren verwachten dan wij. Bram Viskoper met zijn dertien kinderen. Jonas Groenteman met zeven kinderen die communist werd en weigerde onder de douche te gaan. Buren waarvan je de armoede kon ruiken, die schulden maakten en ruzies op straat uitvochten. Dat type buren werd ‘ontoelaatbaar’ genoemd. Ze werden met elkaar in één buurtje gezet, met een dikke muur rondom. Het effect daarvan was dat mensen ondanks de daar aangeboden hulp er niet beter van werden. In tegendeel. Vergelijk het maar met een gevangenis. Of opvang voor vluchtelingen. Een nadeel van het buiten de samenleving plaatsen is ook stigmatiseren. Kinderen uit Asterdorp kregen geen werk. En ik heb begrepen dat het vanuit de Burgemeester van Leeuwenlaan ook moeilijk solliciteren is, nog steeds! We weten inmiddels dat je mensen niet massaal moet isoleren, maar het is zo efficiënt….
Soms komen we er van terug. En halen psychiatrische patiënten en licht geestelijk gehandicapten uit de bossen en plaatsen ze in de wijk. Waar ze in veel gevallen ook weer als ‘ontoelaatbaar’ worden ervaren.

Uit de geschiedenis van Asterdorp kunnen we ook leren dat je niet alle lastige buren over één kam kunt scheren. Je hebt treitergezinnen zoals de welbekende Tokkies. Treitergezinnen zijn er nog steeds, lezen we in de NRC van 12 februari. Helaas blijken de containerwoningen opgeheven. In Maastricht werd dat anders opgelost. Voor de renovatie van de wijk Wittevrouwenveld werd het treitergezin Krijnen, vier generaties of zo, verplaatst naar de cipierswoningen op het gevangenisterrein. Kosten één miljoen.

En dan hebben we de categorie pechvogels, die door psychische, sociale en materiele omstandigheden overlast geven. Voor hen zijn er sociale wijkteams en hulp-regisseurs. Maar of dat beter werkt dan een juffrouw De Miranda die een keer in de week de huur kwam ophalen, een vinger aan de pols hielp en een wanhopige moeder troostte of op haar lazer gaf omdat ze een televisie had gekocht terwijl ze huurschuld had?

In Asterdorp werd je gedwongen hulp te aanvaarden en je moest controle toelaten. Er was sterke bemoeienis: ga de ramen lappen, niet met buren kletsen, geen kinderen met boterham de straat op sturen.

Daarom wilden veel mensen daar niet wonen en was de leegstand groot, ondanks de woningnood. Tegenwoordig hebben we hele zorgvuldige regels om de privacy te beschermen. Professionals gaan niet onverwacht op huisbezoek. Dit tot grote verontwaardiging van buren die overlast hebben van psychiatrische patiënten of die kindermishandeling gemeld hebben. Als de professional zich netjes aandient bij het probleemgeval, hebben ze de zaak schijnbaar op orde.

Natuurlijk zijn er positieve ontwikkelingen. We hebben krachtwijken en we ‘gentrificeren’. De Javastraat kende ik na vijf jaar niet meer terug. Naast de theehuizen zijn er leuke terrassen waar ik best wil zitten. Ik heb er nu zelfs een huis gekocht! Samen met 58 andere leuke nette gezinnen. De criminaliteit in de buurt is afgenomen. Zeggen ze. J
Maar eh, ik vraag me af: Waar hebben ze die ontoelaatbaren gelaten? In Slotermeer, Geuzenveld of Hoofddorp?

Stephan, je hebt een prachtig boek geschreven. Het is alleen zo jammer dat ik mijn studenten niet kan overtuigen dat we iets uit die geschiedenis geleerd hebben en we het nu allemaal beter doen.

Sterker nog, ik vrees dat we ook iets verloren zijn. De professionaliteit heeft de emoties wellicht te veel teruggedrongen: we mogen niet meer boos worden op lastige klanten en ze al helemaal geen knuffel meer geven.
En wordt het niet tijd dat er weer een manager, een beleidsmaker, een CEO voor Sinterklaas gaat spelen op de plek waar de klappen vallen?
Je schrijft in je nawoord dat je dankbaar gebruik hebt gemaakt van de bloemrijke rapporten van de verfoeide woningopzichteressen en de notulen van vergaderingen waarin deelnemers geen blad voor de mond namen. Nou, op grond van de huidige stijl van rapporteren kan je geen sappig boek meer schrijven.

Dat is mijn schuld: ik heb studenten gezegd dat ze objectief moesten zijn en geen denigrerende termen mochten gebruiken. Tja, dan kriijg je zulke zinnen: “Betrokkene zegt graag hulp te willen om grip te krijgen op enerzijds zijn afhankelijkheidsproblematiek en anderzijds voor ondersteuning bij de oplossing van problemen in zijn leefgebieden.”

Ik was ook een van je bronnen -- en een beroerde.
Ik wist niets van Asterdorp, ik luisterde naar jouw verhalen en kon hooguit aangeven wat me waarschijnlijk leek en wat niet. Daar was de kwestie van de Pollepel. Zo noemden de kinderen mijn moeder en niemand wist waarom. Jij ging er vanuit dat het een lange dame was, maar ze was 1,56!. Of iemand met een knotje. Onze familie draagt geen knotjes; daar is ons haar niet geschikt voor!

De oplossing kwam uit Israël, van haar oudste kleindochter. “Weet je wat Oma altijd zei als we klierden? “Moet je een patsj met de pollepel?!’” Gegarandeerd dat mijn moeder ondeugende kinderen daarmee dreigde! Ik zie ze in mijn verbeelding gierend van het lachen wegrennen.

We hebben nog steeds niet de slag te pakken van het verheffen van gemarginaliseerden, we zullen er in moeten berusten. “En het modernisme kan berusting niet verdragen”, staat voorin jouw boek.
Dus laten we niet moeilijk doen met dure termen. Laten we gewoon voortsukkelen met in wezen archaïsche methoden: voor goed gedrag een bloemetje en indien nodig een patsj met de pollepel!

Powered by JReviews