Graffiti:kunst of kladwerk? Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     September 22, 2015    
1360   0   0   0   0   0

Dossiers

Thema

Shoe piece'Krassen' in cultuurhistorisch perspectief

(Door Helen Westgeest; OA sept. 1995]

Anders dan de Amerikansne Leith Haring en Lee Quinonens zijn de Amsterdamse makers van graffiti nog niet bestempeld tot 'hedendaags kunstenaar'. Zijn de 'tags', 'pieces' of 'bombs' van Dr. Rat, Shoe, Delta, de jongens van Criminal Bombikn' Squadron of die van de crews KGB en TBH dan geen kunst?

Omdat velen graffiti zien als het ongewenst bekladden van muren of zelfs vandalisme, wordt er maar weinig serieuze aandacht besteed aan deze uitingsvorm. Het woord is afkomstig van het Italiaanse (s)graffito, wat krassen betekent, en werd voor het eerste in de 19de eeuw door archeologen gebruikt. 'Krassen in muren' is al meer dan 100 eeuwen oud. De vroegste vormen van graffiti (denk aan de grotten van Lascaux) hadden waarschijnlijk een magische betekenis.

Vanaf de klassieke oudheid diende graffit als protest of als mededeling. Uit deze periode dateert ook de gewoonte om je eigen naam op een muur achter te laten, als bewijs dat je daar geweest bent. Prachtige voorbeelden zijn in Pompeji bewaard gebleven. Deze gewoonte blijft door de eeuwen heen voortbestaan. Graffiti kan dus een algemeen-menselijke uitdrukkingsvorm genoemd worden: waar mensen zijn, daar is graffiti. Vooral in de grote steden, waar burgers anoniem zijn geworden, is het een middel om je aanwezigheid te tonen.

De graffiti-stijl waarmee wij tegenwoordig geconfronteerd worden, is afkomstig uit New York. Eind jaren zestig begonnen kansarme jongeren daar met graffiti het territorium van hun gang af te bakenen. Met een marker (viltstift) noteerde de schrijver zijn naam of pseudoniem. Deze snel geschreven tags zijn nog steeds de basis van de moderne, internationale stijl van graffiti.

Voordat de Amerikaanse graffiti naar Amsterdam kwam, werd er in de hoofdstad natuurlijk ook op muren geschreven, in verschillende stijlen. Vanaf kort na de Tweede Wereldoorlog stond er op talloze plaatsen de fameuze kreet "Killroy was here". Waarschijnlijk is een achtergebleven Canadese soldaat hiermee begonnen. In de jaren zestig gebruikten provo's muren als communicatiemiddel met het publiek en ook de feministische actiekreet "abortus vrij" stond luid en duidelijk op vele muren. Graffiti werd ook ingezet bij actie tegen de komst van de metro in de Nieuwmarktbuurt. Hierbij kregen de leuzen zelfs een monumentaal karakter. Zo is "Wonen geen gunst maar een recht" (bedacht door Tiny Hofman) officieel als kunstwerk opgenomen in de perronvloer van station Nieuwmarkt. De uit Engeland overgewaaide punkbeweging bracht een eigen soort graffiti met zich mee. In tegenstelling tot de provo's hadden de punkers een pessimistische kijk op de wereld, wat leidde tot kreten als "no future" en andere teksten met maatschappijkritische inhoud.

Rond 1983 veranderde de graffiti in Amsterdam sterk van karakter. De Amerikaan Yaki Kornblitt opende op Willemsparkweg 69 een galerie waar hij het Nederlandse publiek Amerikaanse graffiti wilde tonen. Voor een aantal Amsterdamse jongeren, van wie velen op het Barlaeus Gymnasium zaten, ging een nieuwe wereld open. Het in 1984 uitgegeven boek Subway Art, van H. Chalfant en Martha Cooper, werd voor hen de bijbel, waaruit jarenlang naar hartelust is gekopieerd. Amerikaanse graffiti kenmerkte zich aanvankelijk door het schrijven van de eigen naam, het pseudoniem of de groepsnaam (crew). In eerste instantie ging het om snelle, hoekige, langgerekte en in persoonlijk handschrift geplaatste tags, met daarbij het jaar, het copyrightsymbool en soms eenvoudig persoonlijke symbool. Tegen 1985 brak een periode aan van experimenteren met vormen van letters en kleuren. Vooral al de driedimensionale oftewel 3D-letter werd populair.

Demakers van graffiti voelen zich geenszins verwant aan de moderne kunst. Maar opmerkelijk genoeg vertoont de moderne kunst sinds de jaren zestig in bepaalde opzichten overeenkomsten met graffiti. Verschillende kunstenaars zochten hun weg buiten de musea en ruilden hun elitaire plaats in voor een integratie met het dagelijks leven in de vorm van performances. Veel kunstwerken worden gekenmerkt door directheid, snelheid en een decoratief of grafisch karakter. Kunstenaar Peter Klashorst (1958) liet zich door graffiti inspreren en Keith Haring (1958-1990) kwam zelfs uit de beweging voort. Dat graffiti en moderne kunst iets gemeen hebben, bleek ook uit een gesprek tussen Shoe en Delta (die me een lesje graffiti-kunde gaven) over een klungelige tag. "Die is vast elf -- of ­zestien, maar dan met veel gevoel voor humor." Oftewel het is een beginner of iemand die consequent tegen de perfectie van andere pieces reageert. En dat laatste verdient in de ogen van Shoe en Delta waardering. Zo'n gesprek roept bij mij associaties op met de nooit aflatende discussie rond moderne kunst.

Helen Westgeest is kunsthistorica en schilderes. Ze woont en werkt in Haarlem.

Powered by JReviews