50 jaar Circus Elleboog Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Oktober 04, 2013    
2486   0   0   0   0   0

Dossiers

Thema

Zomaar een doordeweekse middag op de Passeerdersgracht. Op nummer 32, waar Circus Elleboog sinds 1981 is gevestigd, wordt druk gerepeteerd door een groepje jongeren. Dat sommigen dak- of thuisloos zijn, wordt met geen woord besproken. Het enige dat telt, is dat er een circusact moet komen voor de jubileumvoorstelling in mei. “Er wordt hier nauwelijks over problemen gepraat,” zegt Annelies Heesakkers, die sinds 1989 directrice van Circus Elleboog is. “We zijn geen hulpverlenende instantie. Je komt hier niet om te praten, maar om te doen.”

Pennywafels plus limonade
In de 50 jaar dat Circus Elleboog nu bestaat, is de filosofie erachter eigenlijk nauwelijks veranderd. Ida Last-ter-Haar, oftewel ‘tante Iet’, die het kindercircus in 1949 oprichtte in een oude fietsenstalling in de Galerij van het twintig jaar eerder afgebrande Paleis voor Volksvlijt op het Frederiksplein, zei het al: “Alles wat kan, dat mag.” En wie je was of waar je vandaan kwam, deed er niet toe. Dus kwam de jeugd uit de Pijp bij haar fietsen, koorddansen, rolschaatsen, jongleren en éénwieleren. Wie thuis geen douche had, mocht in het clubhuis douchen. “Contributie bedroeg een kwartje per maand,” herinnerde Lasts opvolger John Pijnacker Hordijk (‘oom John’) zich in 1989 in Tussen werklicht en spotlight. “En voor een dubbeltje kon je een pennywafel plus limonade kopen.”
Ondanks dat de groep niet alleen de Pijp, maar zelfs de stad uittrok om voorstellingen te geven, was Elleboog in de beginjaren buurtgebonden. Dat bleef zo tot de jaren zeventig, hoewel het kindercircus al in 1960 noodgedwongen (de restanten van het Paleis voor Volksvlijt werden gesloopt voor de nieuwbouw van De Nederlandse Bank) naar een voormalig suikerwerkfabriekje in de Egelantiersstraat was verhuisd. Toen halverwege de jaren zeventig steeds meer Jordanese gezinnen Amsterdam uittrokken, ontstond er een leegloop in de plaatselijke jeugdvoorzieningen, waaronder Circus Elleboog. “Voor ons betekende het dat alle vormen van handenarbeid, als zelfstandige activiteit, eruit gingen en we naar nog meer vormen van theater gingen zoeken, uitgaande van het circus,” schreef Pijnacker Hordijk in Tussen werklicht en spothlight. “Er kwamen ook kinderen van buiten de Jordaan naar ons toe. Ze begonnen te ontdekken dat Elleboog niet alleen iets was om naar te kijken, maar dat je er zelf aan mee kon doen.”

Iets leuks doen helpt
Anno 1999 biedt Circus Elleboog nog altijd lering en vermaak voor talloze Amsterdammers, zegt Annelies Heesakkers. “Van grachtengordelkinderen tot dak- en thuisloze jongeren, van zakenmensen tot nieuwe Amsterdammers – iedereen kan hier terecht.” Dat blijkt. Afgelopen jaar entertainde Elleboog bijna 19.000 kinderen en jongeren. In het vrolijke Circustheater worden wekelijks circusclubs voor kinderen van zes tot en met zestien jaar georganiseerd, net als middagen voor ouders en kinderen, thema-doedagen en verjaardagsfeestjes. Medewerkers van pedagogische instellingen en buitenlandse circusorganisaties komen regelmatig langs, net als bedrijven die hun medewerkers eens een ander dagje uit willen bieden. Speciale aandacht is er voor kansarme jongeren: dak- en thuislozen en gehandicapten, maar ook kinderen zonder verblijfsvergunning. Bovendien organiseert Circus Elleboog, samen met bijvoorbeeld de stadsdelen, activiteiten op locatie en – vanaf voorjaar 2000 – in de dependance in de Bijlmermeer.
Dat alles gebeurt vanuit de gedachte dat samen spelen, oefenen en optreden de deelnemers op creatief, emotioneel, motorisch en sociaal gebied stimuleert, dat alles wat kan ook mag en dat volwassenen en jongeren gelijkwaardig zijn. Niet dat de Ellebogers zich dat zo expliciet zullen realiseren: zij gaan gewoon helemaal op in het circus en vergeten spelenderwijs hun problemen. “Iets leuks doen,” zegt Heesakkers, “helpt als je in de penarie zit. Met anderen creatief aan de slag gaan en daar ook nog applaus voor krijgen, is toch prachtig?” De jongeren in de piste bevestigen Heesakkers’ verhaal. Ze kijken niet op of om als ze voorbij loopt, zo geconcentreerd zijn ze bezig met repeteren voor de jubileumvoorstelling.

Jaqueline Storm
Mei 1999

Powered by JReviews